Edito
Lisa De Visscher – Hoofdredacteur
En toen was er het nieuwe Muhka. Of toch bijna. De Open Oproep voor de bouw van een nieuw Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen werd afgelopen voorjaar onverwachts stopgezet door Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon. Wat bleek? Ondanks jaren voorstudie en vier ingediende projecten van ervaren, wereldvermaarde architectenteams, kon de gunningscommissie niet tot een eensgezind besluit komen. De reacties in de media waren talrijk en vernietigend. Terecht. Zowel in de Vlaamse politiek als op lokaal economisch niveau vielen er verborgen agenda’s te noteren. Opportunistisch getouwtrek achter de schermen veegde het werk van vele jaren en tientallen personen, de architectenteams incluis, in één beweging van tafel. De geheimzinnigheid die rond deze hele wedstrijd hangt – de projecten mogen niet gepubliceerd worden! – druist in tegen alles waar een Open Oproep voor staat en maakt de broodnodige maatschappelijke en architecturale discussie onmogelijk.
Stel dat het MuHKA geen museum was, maar een sociaal woonproject, een kantorencomplex of zelfs een school: er had geen haan naar gekraaid. Zowel de procedure als de reactie erop zou helemaal anders zijn verlopen. Omdat het zoveel prestige met zich meebrengt is een museum immers steeds een programma waarin toe-eigening een belangrijke rol speelt. Iedereen wil het project naar zich toe trekken: de architect, de museumdirecteur, de stad en de subsidiërende overheid.
“Musea zijn zowel belangrijke toeristische trekpleisters voor steden als alternatieve sociale ruimtes”, schrijft Pieter T’Jonck in zijn artikel ‘Museumarchitectuur: vriend of vijand?’. Sinds Frank Gehry in 1997 met het Guggenheim zijn stempel drukte op Bilbao, weten we dat een museum de beslissende kaart kan zijn in het gokspel van de citymarketing. Sinds Covid-19 weten we echter ook hoe hoog de prijs is voor een toeristische monocultuur. “Een museum hoeft geen magneet te zijn”, stelt Annette Gigon om die reden. Samen met Mike Guyer bouwde ze een tiental musea waarbij ze steeds op zoek ging naar de juiste toon – van een helende werking op de openbare ruimte en participatie van het publiek tot de zoektocht naar de juiste tentoonstellingsruimte met het juiste licht.
Juist omdat zoveel partijen het museum – als gebouw, als collectie, als visitekaartje voor de stad – willen claimen, is de vraag naar identiteit nooit ver weg. KANAL–Centre Pompidou in Brussel en het Folkloremuseum in Moeskroen beslaan daarin bijvoorbeeld de beide uitersten van het spectrum als het gaat over de getoonde collectie. Toch zijn beide projecten, ondanks de internationale ambities, stevig verankerd in de lokale identiteit, die zowel in hun architectuur vervat zit als erdoor wordt uitgedragen. In dit nummer tonen we hoe architectuur de ambities van een museum niet alleen kan materialiseren, maar ook vleugels geeft en nieuw leven inblaast. Behalve bij het MuHKA dus: daar bleek identiteit, in dit geval de Vlaamse, juist de achilleshiel.
Table of contents
MUSEUMS
Edito
Lisa De Visscher
Edith Wouters
z33, Hasselt
Folkloremuseum, Moeskroen
Museumarchitectuur: vriend of vijand?
Pieter T’Jonck
Open Oproep Design Museum, Gent
Pieter T’Jonck
Yper Museum, Ieper
Trinkhall MADmusée, Luik
Office Kersten Geers David Van Severen
Tim Van Laere Gallery, Antwerpen
KANAL-Centre Pompidou, Brussel
Lisa De Visscher
THEATERS
Kunstencentrum nona, Mechelen
Leietheater, Deinze
Le Delta, Namen
OPINIE
Tien jaar na de inkanteling van de hogescholen: een balans
Vincent Becue, Fabienne Courtejoie, Jean-Louis Genard en Jean Stillemans
ACTUA
In Memoriam Christian Kieckens
Caroline Voet
Eline Dehullu
Mathieu Berteloot en Véronique Patteeuw
Lara Molino
Gitte Van den Bergh
Eline Dehullu
Architectuurboek Vlaanderen n°14
Pieter T’Jonck
Laura Herman en Christophe Van Gerrewey
STUDENT
Eline Dehullu
Michiel De Cleene