Het tweejaarlijkse Architectuurboek Vlaanderen is alweer een kloek volume van 330 pagina’s, deze keer met de titel ‘Wanneer attitudes vorm krijgen’. Het verschil met het Nederlandse Jaarboek is ook nu weer duidelijk: er worden ongeveer evenveel projecten uitgelicht in ‘fiches’ (21) maar de nadruk ligt op twaalf essays die een stand van zaken willen weergeven. Die teksten voeren nog zo’n 30 andere projecten op, ofwel omdat ze zo buitenissig zijn, ofwel omdat ze symptomatisch zijn voor ontwikkelingen – in goede én slechte zin.
Ondanks dat discursieve opbod weet je na lezing nog steeds niet waarom het boek Harald Szeemanns roemruchte tentoonstelling When Attitudes Become Form (1969) parafraseert – om niet te zeggen dat een aantal artikels de idee compleet tegenspreken. Hoofdredacteur Sofie De Caigny probeert het nochtans uit te leggen in haar inleiding. Elk architectuurboek is volgens haar deel van een encyclopedisch project, dat begon met het eerste Jaarboek Architectuur. Dit boek staat dus niet op zich. Tegelijk is elk jaarboek volgens haar een kritische oefening, wat ze meteen vertaalt als ‘het agenderen van bepaalde thema’s’. Bovendien wil het boek nagaan wat ‘de aangewezen retorische vorm, de onderzoeksmatige basis, de toon en het medium waarmee de architectuurkritiek in het boek wordt bedreven’ kunnen zijn. Kritiek van de kritiek dus.