Het komt zo zelden voor dat het absoluut te vermelden waard is: een nieuw folkloremuseum. Het Musée de Folklore, een realisatie van V+ en Projectiles in Moeskroen, kreeg al bijzonder veel aandacht voordat het er zelfs maar was. De ontwerpwedstijd werd grondig geanalyseerd in A+248, de werf volledig ontleed in een tentoonstelling en maar liefst twee publicaties. Bij de inhuldiging van het museum verschenen talloze artikels in de pers. Er is dus al heel wat inkt gevloeid over het proces voor en tijdens het bouwen. Maar wat nu het gebouw in gebruik is?
Een stoel, drie nachtegalen, twee paar klompen… Het is een opsomming zoals de Franse dichter Jacques Prévert die destijds maakte. Een haast poëtische lijst van alledaagse dingen die niet noodzakelijk bij elkaar horen, maar die ons terugbrengen naar een verleden tijd. De inventaris van de collectie van het Folkloremuseum in Moeskroen, die meer dan 18.000 voorwerpen telt, vertoont veel gelijkenissen. Bij aanvang leek de architectuuropdracht wat ondankbaar: een museum voor het alledaagse voorwerp ontwerpen is net iets minder glamoureus dan voor Kunst met de grote K. We herinneren ons allemaal wel een schoolreisje naar een of ander volkskundemuseum, met nagebootste interieurs en kitscherige paspoppen. Dat is wat je nu juist niet wil als je zo’n museum vandaag moet ontwerpen. Het Brusselse bureau V+ ging alsnog de uitdaging aan, samen met de bevlogen directrice van het Folkloremuseum, Véronique Van de Voorde. Met de opening van het gebouw kwam geen einde aan hun gezamenlijke tocht, want het nieuwe museum betekende een keerpunt in zowel de praktijk van de architect als de conservator.