De straat is niet genderneutraal. Stadstheoretici, architecten en stedenbouwkundigen hebben aangetoond dat de publieke ruimte is ontworpen door en voor mannen, wat zich manifesteert in het gebruik, de schaal, de mobiliteitspatronen en het ritme van de straat. Om deze realiteit te doorgronden en de daaruit voortvloeiende ruimtelijke ongelijkheid aan te pakken, moeten we de straat door een genderbril bekijken. Dat begint bij de geleefde ervaringen van vrouwelijke stadsbewoners en gebruikers, bij hun dagelijkse routines, hun behoeften en hun verlangens.
Vandaag de dag heeft een derde van de weggebruikers een beperkte mobiliteit (source). Misschien heb je op Instagram weleens de videoreeks Women holding things 1 voorbij zien komen: beelden van vrouwen die een kinderwagen voortduwen, een trolley achter zich aan trekken, hun handen vol hebben met tassen en boodschappen, een baby op de arm dragen of een kind bij de hand houden; vrouwen die een oudere, gewonde, iemand met een beperking of een hulpbehoevende begeleiden; vrouwen die met onhandige objecten of meubels zeulen, een boeketje of een maaltijd bezorgen, een hond uitlaten, en ga zo maar door. Al die dagelijkse zorgtaken die vrouwen – en in het bijzonder vrouwen van kleur – onvermoeibaar uitvoeren om de wereld draaiende te houden. Toch is de straat uitsluitend afgestemd op de eisen van productieve arbeid. Reproductieve activiteiten blijven een vergeten dimensie in het stedelijke maakproces en worden, net als de vrouwen zelf, nog steeds naar de privésfeer verbannen. 1 Zie ook: Maira Kalman, Women Holding Things, Harper, 2022