Brussel is Bruegel: een lied, een volksfeest, vol vetzakkerij, kleuren, vondsten, fris, scherp en penetrant. Glossy wanneer het regent. Zwart, de kasseien, mijn scherm met barsten. De straatkinderen scrollen samen. De straat heeft veel deuren waardoor ze kan worden verlaten. Wordt het laat? Zoek er een die opengaat. En draai die weer op slot. Ben je veilig thuisgeraakt? Een vriend kreeg spuug op zijn borst omdat hij zilveren schoenen droeg. Een andere kwam thuis met een gebroken neus. De fonteinen in het centrum staan droog. Komen de Palestijnen nog samen op de trappen van de Beurs? Gele blokken en gebroken ramen waarachter licht brandt. Zeg nooit onbewoond tegen leegstaand, wat men ook beweert. In het metrostation kleurt het blauw. Licht waarin je aders niet kunt vinden, tot spijt van de spuiter. True, ook ik mijd de tunnels in de late uren, maar willen we dan echt meer blauw op straat? Ik krijg kiespijn van kogels in het nieuws, maar meer blauw volk met volle holsters vind ik nonsens, gevaarlijk. Ik vermijd blauw licht voor het slapengaan, kauw op een kruidnagel tegen kiespijn. De koning is ook maar kiezer, de oligarch is aan de macht. Waar en wanneer wordt de straat zacht?

Een kinderwagen die een wiel mankeert staat tegen een boom, dubbelgeparkeerd naast een kast met een hoek af en wat losse lades. De buurt sluikstort in de container van de buurman, ik vis vooral de lampen er weer uit, maak er later wel iets van. Ik zie heden ten dage straatvegers op bakfietsen, ze zoeken zwerfvuil, glimlachen wanneer de zon schijnt. Door mijn raam zie ik een kruispunt dat verandert met de seizoenen. Soms kijkt iemand naar boven, om het langst, in mijn ogen. Ik schilderde de straatlantaarn die aan mijn huis hangt aan mijn kant roze. Een oude slagerstruc die het vlees doet gloeien. Ik had geen zwarte verf en mijn gordijnen zijn niet dik genoeg om het groenige ledlicht buiten te houden. Ik zette een borstel op een stok, wat plakkaatverf, na twee lagen bleef het hangen. Een roze bol op de glazen stolp, een roze kamer rond het blauwe uur. De straat lijkt nu nog groener, zeg sorry aan mijn overbuur, inspireer het stadsbestuur. Op intensieve zorg verven ze de muren groen om hoop te geven, mijn slaapkamer werd er misselijk van. Niet voor lang. In september moet ik verhuizen. Als je iets ziet, of iets vindt, iemand kent die iemand kent, het is zo dat het werkt, wil je me dan schrijven?