Plaza’s in New York. Low Traffic Neighbourhoods in Londen. Super­blocks in Barcelona, Wenen en Berlijn. Ambitieuze steden lanceren innovatieve concepten voor de straat van morgen én voeren concrete realisaties door op het terrein. Al blijkt een transformatie van de straat nooit echt een walk in the park. We gingen ter plaatse op onderzoek en ontdekten wat goed of juist fout liep. Genoeg inspiratie voor politici en planners in België!

De straat is van iedereen. Alleen voelt dat niet altijd zo. De straat mag dan wel publieke ruimte zijn, ze is vaak oneerlijk verdeeld tussen de gebruikers. In Barcelona wordt 60% van alle straten en pleinen gedomineerd door autoverkeer, rijvakken en parkeerplaatsen, terwijl nauwelijks 25% van de verplaatsingen er met de auto gebeurt. De meeste mensen gaan er te voet of gebruiken het uitgebreide metronet. Dat is niet anders in Brussel of Antwerpen, waar autoverkeer respectievelijk slechts 29% en 36% van het aantal ritten uitmaakt, terwijl meer dan de helft van de publieke ruimte voor auto’s bestemd is. Ook in New York is de verkeerscongestie zo groot dat driekwart van de mensen zich liever niet per auto verplaatst. In het orthogonale stratengrid van Manhattan is gridlock het gevreesde woord voor momenten van complete stilstand. Wandelen is op bepaalde plekken dan weer zo populair dat de trottoirs de voetgangersstromen niet aankunnen. Overdadig autoverkeer draagt er bovendien bij tot slechte luchtkwaliteit, lawaaihinder, nadelige gezondheidseffecten en een tekort aan ruimte voor ontmoeting op menselijke schaal.