Wat als we straten opnieuw lezen als verblijfsruimte? Met het traject Leefbuurten verkent het Team Vlaams Bouwmeester hoe de herinrichting van het openbaar domein in woonwijken sociale interactie kan versterken terwijl ze tegelijkertijd de mobiliteit en het klimaat adresseert. Aan de hand van tactische ingrepen en tests tonen cases in Dilbeek, Tessenderlo en Muizen hoe kleine stappen grote effecten kunnen hebben.

De gedachte dat ook een straat publieke ruimte is – en dus kan worden ingezet om de leefkwaliteit van bewoners te verhogen – is nog lang niet overal gemeengoed. Hoewel er bij heraanleg vaak wordt geprobeerd om te vergroenen en bomen te planten, wordt de hoofdfunctie van de straat als middel om ‘het verkeer’ te faciliteren meestal niet ter discussie gesteld. Daar wilde het Team Vlaams Bouwmeester met het traject Leefbuurten verandering in brengen. De focus lag op het openbaar domein in woonbuurten met een randstedelijk of landelijk karakter. Dus níét het stadscentrum, waar al een langere traditie bestaat van autoluwe winkelwandelstraten of autovrije historische kernen, maar juist die wijken waar de woonfunctie dominant is.

De kiem voor Leefbuurten was vooral verkeerskundig van aard: Fietsberaad Vlaanderen onderzocht hoe het aandeel fietsers in de modal split kon worden verhoogd, en kwam tot de conclusie dat veilig en aangenaam fietsen in gemengd verkeer perfect mogelijk is, op voorwaarde dat de snelheid wordt beperkt en doorgaand verkeer wordt geweerd. Een fundamentele bijvangst: onder die condities hoeft de beschikbare oppervlakte van de straat niet langer volledig als verkeersruimte te worden ingericht. Daar kwam het Team Vlaams Bouwmeester in beeld, dat ook de ambitie koesterde om de kwaliteit van de publieke ruimte te verbeteren. In een gezamenlijk verkennend onderzoek werd nagegaan welke uitdagingen we moeten aangaan om de publieke ruimte in te richten op maat van de mens in plaats van de auto.

Autoluwe straten of buurten zijn daarbij geen doel op zich, maar een kwestie van ruimtelijke rationaliteit: een geparkeerde auto neemt veel meer ruimte in dan een fiets; een rijdende auto eist bij een gemiddelde snelheid van 50 km/u disproportioneel veel publieke ruimte op. Als we lokale verplaatsingen met duurzamere vervoermiddelen dan de auto aantrekkelijker maken, komt er ruimte vrij die we anders kunnen benutten. De verkeersintensiteit in een straat of wijk heeft bovendien directe invloed op de sociale interacties die er plaatsvinden: meer verkeer leidt aantoonbaar tot een zwakker sociaal weefsel, terwijl straten met minder autodruk vaker als verblijfsruimte dienstdoen.
Dat we blijvend moeten inzetten op klimaatadaptatie is geen nieuws meer. Maar door te ontharden en te vergroenen zorg je niet alleen voor een betere waterinfiltratie, hittebestrijding en meer biodiversiteit: je creëert ook een aantrekkelijke leefomgeving die uitnodigt tot spontane, niet-doelgerichte activiteiten. Een win-win?

Het Team Vlaams Bouwmeester is ervan overtuigd dat het kan, op voorwaarde dat we de inrichting van de publieke ruimte als een geïntegreerde ontwerpopgave benaderen. Willen we de schaarse ruimte optimaal benutten, dan moeten de uitdagingen gekoppeld worden. Met de oproep Leefbuurten, die volgde op het verkennend onderzoek, wilden we die benadering in de praktijk brengen. Zeven steden en gemeenten engageerden zich voor een geïntegreerde aanpak van het publieke domein in een van hun woonbuurten.
Het zijn langlopende, intensieve trajecten met een sterke participatieve component: lokale kennis en gebruikservaring voeden het ontwerp. De methodiek is trapsgewijs: eerst een Leefbuurtplan als gebiedsdekkende visie met focuszones en een gefaseerd actieprogramma; vervolgens de integrale herinrichting van strategische plekken. Intussen is de eerste fase afgerond en zijn verschillende deelopdrachten in uitvoering. Het zal nog even duren voor ze tot volle wasdom komen, maar ook de tactische experimenten, quick wins en proefopstellingen die werden uitgevoerd, zijn bijzonder interessant: ze werden ingezet als volwaardige ontwerptools om de toekomst tastbaar te maken.

Dilbeek: kleine filters, groot effect
De Moortebeek–Palokewijk in Dilbeek kon al bogen op een sterke mobiliteitsvisie: Leefbuurten zorgde voor een stroomversnelling. Al vroeg in het traject werd op een strategische locatie een eenvoudige verkeersfilter met betonnen boordstenen geplaatst: auto’s konden er niet meer door, voetgangers en fietsers wel. Hoewel de vrijgekomen ruimte pas later door de gemeente werd aangekleed, namen bewoners ze spontaan in gebruik: een paaseierenraap, gesprekken met stoelen op straat – kleine rituelen die van de straat opnieuw een gedeelde verblijfsruimte maakten.
Tijdens verschillende participatiemomenten op knooppunten werkten diensten en bewoners samen: kinderen beschilderden plantenbakken met de dienst Vrije Tijd, een tuinranger en hemelwatercoach gaven advies, en tijdens een begeleide buurtwandeling kon je in situ ontdekken hoe het Leefbuurtplan oplossingen aanreikt voor concrete knelpunten. Intussen kreeg de filter een definitief statuut en werd stoepparkeren aangepakt. Andere snelle ingrepen volgden: nieuwe eenrichtingsstraten, de eerste blauwe zone in een woonwijk, standplaatsen voor deelwagens en een tijdelijke voetpadoplossing als opstap naar een toekomstig woonerf. De les is helder: je hoeft geen grote werven te starten om het verschil te voelen. Eenvoudige, leesbare ingrepen verankeren de koers, voorkomen participatiemoeheid en leveren data én verhalen op voor de definitieve herinrichting.

Tessenderlo: testen om te overtuigen
De toekomstplannen voor de Markt in Tessenderlo – parkeren afbouwen, verblijfswaarde verhogen – brachten heel wat discussie teweeg. Markt- en kermiskramers vreesden verlies aan opstelruimte; handelaars vreesden omzetverlies en slechtere bereikbaarheid. Tegelijkertijd toonde de analyse dat er vlakbij uitzonderlijk veel parkeeralternatieven waren. Uit een bevraging bleek 39% van de Looienaars ontevreden over de huidige inrichting; 85% gaf aan liever 200 meter te wandelen naar een gratis parkeerplaats dan te betalen op het plein. In plaats van verder te polariseren, verplaatste de gemeente het debat naar het terrein zelf.
Met quick wins werden eerste stappen gezet. De zone aan de voormalige pastorij werd onthard, vergroend en ingericht als ontmoetingsplek; zo’n 25 parkeerplaatsen verdwenen. Voor het bestuur was dit een gedurfde stap. De marktlogistiek werd hertekend, na 20 jaar ongewijzigde routine. Wat tot dan toe abstract bleef, werd plots beleefbaar: een groenzone met stoelen, een duidelijk looppad, meer rust en overzicht. Zware kritiek bleef uit, het gebruik nam toe. Het proefstuk blijft parkeervrij en fungeert als vliegwiel: je toont wat mogelijk is en werkt tegelijkertijd aan de mentale shift die nodig is om een centrum duurzaam te hertekenen. Zo groeit het draagvlak vooral uit dagelijks gebruik.

Muizen: verbeelding als tactiek
Niet elke proef hoeft fysiek te zijn. In Muizen (Mechelen) zette de stad in samenwerking met het Platform Kunst in Opdracht een artistiek traject op met Elien Ronse en Stijn Van Dorpe om het gesprek over de Leefbuurt te verdiepen. Eerder dan te focussen op een eindresultaat wilde de stad via een interactief proces tot een masterplan komen. De kunstenaars werkten in en met het dorp: geen object als eindproduct, maar een reeks handelingen die de buurt anders laten lezen. Zo werd het verhoogde en verharde plein aan het dorpshuis 24 uur lang een camping. Door tijd door te brengen op het plein – het te voelen, in plaats van erover te praten in een vergaderruimte – werden de geschiedenis en de toekomst ervan met elkaar verbonden.
Later volgden ‘taartgesprekken’ met schoolkinderen, een ‘geruchtenbingo’ met lokale verenigingen en gezamenlijke maakmomenten. Een nieuwe vlaggenmast werd het ankerpunt voor seizoensvlaggen: afwisselend stellen bewoners een dringende vraag rond de dorpsgemeenschap voor of een ontwerp voor de vlag, telkens met een publiek gesprek. Kunst
fungeert hier als tactische versneller die de verbeelding stimuleert, diverse soorten publiek activeert en het concept van de Leefbuurt in nieuwe rituelen vertaalt. Cruciaal is dat zulke artistieke experimenten ook naar de ontwerptafel worden teruggekoppeld. Ze maken latente spanningen zichtbaar (wie gebruikt het plein wanneer, welke ritmes botsen?) en creëren lokaal eigenaarschap. Juist daardoor wordt de stap naar een duurzame herinrichting kleiner.

Een cultuur van proefdraaien
Deze micro-interventies maken de toekomst tastbaar en bespreekbaar. Ze geven bestuur en diensten de kans om te testen en bij te sturen en ze creëren bij bewoners het gevoel: dit is van ons. De transitieopgave van Leefbuurten vraagt duurzame allianties tussen verschillende diensten: openbare werken, mobiliteit, groen, milieu, maar ook welzijn, vrije tijd en jeugd. De voorbeelden tonen dat je vandaag al kunt beginnen – met één testopstelling, één quick win, één gesprek op straat – en morgen kunt opschalen. Zo krijgt de ambitie om levendige, klimaatrobuuste en autoluwe buurten te realiseren waar het aangenaam wandelen, fietsen én wonen is, een concrete vorm: stapsgewijs, en samen met wie de straat elke dag gebruikt.

In samenwerking met BWMSTR
Dilbeek – Leefbuurt Moortebeek-Paloke
Ontwerpteam: Vectris i.s.m. Evolta (Studiebureau Jouret)
Opdrachtgever: Gemeentebestuur Dilbeek
Procedure: Projectoproep gevolgd door een oproep aan geïnteresseerden
Budget: €950.000 excl. btw en erelonen
Tessenderlo – Leefbuurt De Markt
Ontwerpteam: Overlant i.s.m. PLOT
Opdrachtgever: Gemeentebestuur Tessenderlo
Procedure: Projectoproep gevolgd door een oproep aan geïnteresseerden
Budget: €985.000 excl. btw en erelonen
Mechelen – Leefbuurt Muizen
Ontwerpteam: Voids urbanism i.s.m. OTO landscape
architects en Endeavour
Opdrachtgever: Stadsbestuur Mechelen
Procedure: Projectoproep gevolgd door een oproep
aan geïnteresseerden
Kunstproject ‘Verzamelen Zocalo!’
Artistiek bemiddelaar: TAAK
Kunstenaars: Elien Ronse en Stijn Van Dorpe
Procedure: Stimuleringsinstrument Kunst in Opdracht
in de publieke ruimte (2022)
Info: https://www.vlaamsbouwmeester.be/nl/themas-en-onderzoek/leefbuurten