Het Redingenhof-project omvat de herinrichting van twee straten in een woonwijk en het aangrenzende schoolterrein in Leuven. Na een projectoproep van de Vlaamse overheid om meer bestrating te verwijderen en proeftuinen in te richten, hebben de bewoners het heft in eigen handen genomen. Samen met de school, het stadsbestuur en het ontwerpteam bestaande uit 51N4E en Plant en Houtgoed werken zij aan de vergroening van de speelplaats, het opvangen van regenwater en het aanleggen van moestuinen – en dit over de grenzen van particuliere en openbare percelen heen. Een proefopstelling in 2019 toonde aan wat de directe impact van meer groen en biodiversiteit zou kunnen zijn, en versterkte daarmee de steun voor een permanente ontverharding.


Het is acht uur ’s ochtends en de eerste bewoners van de Volmolenstraat zijn al ter plaatse met hun gereedschap. De gemeente heeft de straat afgesloten in het kader van het zomerse ‘speelstraten’-programma. De temperatuur bedraagt nu al 25 °C. Het doel van vandaag is eenvoudig en reikt verder dan het louter reserveren van de straat voor een paar uur spelen: rond de tijdelijke inrichting van de straat als een groenere zone met meer beplanting gaan buren en voorbijgangers samen een indeling testen voor de transformatie van de ruimte. Een van de sleutelmomenten voor het ontbestratingsproject van Redingenhof, ondersteund door 51n4e en Plant en Houtgoed.
Ten zuiden van Leuven hebben vijf bewoners en de school de handen ineengeslagen om de speelplaats en een deel van de straat te ontbetonen. Zij hebben gereageerd op een subsidieoproep van het Vlaamse Gewest. De Volmolenstraat, die als decor dient voor dit project, leent zich goed voor deze exercitie. De straat heeft een asymmetrische indeling en bestaat aan de ene kant uit halfvrijstaande huizen met een voortuin en aan de andere kant uit appartementengebouwen van drie verdiepingen. Op de grond ligt veel asfalt. Ook de schoolcampus van het Redingenhof is grotendeels verhard. Door de voortuinen te verbreden, kan men gemakkelijk een groene greppel creëren, die tegelijkertijd beplant en vochtig is. Op stedelijke schaal sluit het project aan bij het gebied van de Dijlvlakte, een systeem van open en doorlatende ruimtes, van Arenberg tot de tuin van het Grote Begijnhof en het Dijlpark.
Het Redingenhof-project maakt deel uit van het Ontharding-programma dat door het Departement Leefmilieu van de Vlaamse overheid is gelanceerd. Dit experimentele programma ontwikkelt parallel verschillende testopstellingen, gegroepeerd in drie typologieën: de quick-wins (die onmiddellijk kunnen worden uitgevoerd), de systemische projecten (die ontharding aan andere kwesties trachten te koppelen) en de coalitiegebaseerde projecten (die actoren rond ontharding trachten te verzamelen en te organiseren). Deze testopstellingen, die openstaan voor de hele civiele samenleving en niet alleen voor professionals, zijn gedurende een periode van drie jaar ontwikkeld en worden gecontroleerd door een kwaliteitskamer. Het aantal initiatieven en contexten heeft tot doel een kennisveld te genereren waarvan de definitieve contouren nog niet bekend zijn en dat uiteindelijk moet leiden tot een beleid dat erop gericht is het aantal van deze operaties te reproduceren en te vergroten. Achter de slogan ‘ontbestrating’ gaan meer systemische en transversale thema’s schuil met betrekking tot het beheer van onze stedelijke omgevingen in een veranderde toekomstige klimaatcontext (biodiversiteit, waterbeheer, enz.).
Redingenhof is een op coalities gebaseerd project. Coalities, allianties en agenda’s zijn woorden die we al eerder hebben gehoord, en ze lijken soms tot het jargon van bepaalde stedenbouwkundige praktijken te behoren. En toch is het doel in Redingenhof echt om de belanghebbenden bij elkaar te brengen, om te begrijpen wie bereid is een project voor ontverharding van de openbare ruimte te aanvaarden en op te zetten, en ten slotte om deze allianties te organiseren. Op basis van de vraag van het bewonerscollectief schetsen de bureaus 51N4E en Plant en Houtgoed vervolgens deze acties: een methode bestaande uit collaboratieve acties ter plaatse die bedoeld zijn om de banden tussen de publieke en private actoren te stimuleren en om transformatiehypothesen te testen. De acties zijn van uiteenlopende aard: het nemen van bodemmonsters om de aard van de grond te peilen, het proefmatig aanleggen van de beplanting ter gelegenheid van de zomerse ‘speelstraten’, de bouw van een mock-up van de greppel ter plaatse, enzovoort. Gedurende het hele proces fungeerde de school als uitvalsbasis voor de bijeenkomsten. Op lange termijn streven burgers, stad en deskundigen ernaar om de daadwerkelijke ‘ontbestrating’ van een deel van de straat en de school uit te voeren.

De vraag die binnen de coalities voor de stedenbouwkundige architecten naar voren komt, betreft hun expertise en de overdracht daarvan. De architect wordt een vertaler, stelt zijn of haar expertise beschikbaar en begrijpelijk voor de gemeenschap. Een educatieve taak, in plaats van een beheerstaken, zoals die soms karikaturaal wordt voorgesteld. Zoals tijdens een botanische workshop, toen Plant en Houtgoed informatie verstrekte over de plantensoorten waaruit de hoge prairie bestaat waarmee het landschap van de toekomstige greppel zou worden aangelegd. Het doel: bespreken of het beheer kan worden gewaarborgd en wie daarvoor verantwoordelijk zal zijn. Het is niet de bedoeling om de expertise te laten verdwijnen, maar ervoor te zorgen dat deze via deze acties in goede handen terechtkomt. Het proces dat dit alles regelt, is dynamisch en resulteert in een voortdurend rollenspel, waarbij de verantwoordelijkheden van elke partij tijdelijk uitwisselbaar zijn – de tijd die nodig is om ze te begrijpen en door te geven. Men kan zich voorstellen dat deze fluctuatie in de rollen zich na verloop van tijd uiteindelijk zal stabiliseren. Als een rivier die het land erodeert terwijl ze stroomt, maar niet eindigt waar men dat verwacht.
Deze ambiguïteit is ongetwijfeld zowel de kracht als de zwakte van het project. Het is bovenal een grootschalig publiek programma dat het initiatief ondersteunt van een burgercomité, bijgestaan door architecten en landschapsarchitecten. Critici waarschuwen soms voor een terugtrekking van de overheid in dit soort herwinningsprocessen en voor een gebrek aan collectieve legitimiteit voor een groep burgers die op beslissende wijze de controle overneemt over het lot van een gewone straat. Hoewel de stad Leuven bij de lancering van het initiatief nogal terughoudend leek, blijkt het tegendeel: de ervaring heeft haar in staat gesteld zich te herpositioneren in het uitgebreide organigram voor de transformatie en het beheer van deze ruimte. Dus, bottom-up of top-down? Het is een dunne lijn, en men kan zich afvragen hoe ‘poaching’ nog past in dit uiteindelijk nogal institutionele proces.
Kortom, het doel van het spel, dat hier met veel panache wordt gespeeld, is een script te schrijven dat voldoende ruimte laat voor improvisatie en waarin nieuwigheden soepel kunnen worden geïntegreerd. Zoals die bewoner die aanvankelijk tegen het project was, maar die, toen de inrichting van de ontverharde zones werd gekoppeld aan de kwestie van waterinfiltratie en het meten van het waterpeil van de nabijgelegen Dijle, in het spel werd meegesleept als de ‘officiële meter’ van de piëzometer. Het is zowel een sterkte als een zwakte van het proces dat het te veel vertrouwt op toevallige bevindingen om zijn legitimiteit aan te tonen. Maar dit is ook de manoeuvreerruimte die nodig is om een open projectcultuur op te bouwen waarmee verandering en transitie kunnen worden aangepakt.
Architect 51N4E in collaboration with Plant en Houtgoed
Website 51n4e.com / plantenhoutgoed.be
Official project name Ontharding Redingenhof
Location Leuven, Belgium
Programme Depaving of public space: two streets and a nearby school campus
Involvement architect Stakeholder and process management, coalition-building
Client Samenwerking Ontharding Redingenhof vzw
Partners City of Leuven; Atheneum Redingenhof; local residents; 51N4E; Plant en Houtgoed
Total floor area 1,200 m²
Completion 2021