De beoordeling van een wedstrijdontwerp richt zich op de beeldende representatie van een mogelijke toekomst. Tegelijkertijd is het jurymoment ook een sociale situatie, waarin beelden van architectuur een retorische rol krijgen. Het wedstrijdverloop voor het Learning and Innovation Centre in Elsene biedt een inzicht in dit dubbele statuut van het ontwerp, waarbij Xaveer De Geyter Architecten en evr-Atelier 229 elk een andere strategie hanteren.
Architectuurkritiek richt zich doorgaans op het architectuurontwerp – als finaal beeld of als opgeleverd bouwwerk. Daardoor blijven de ontwerp- en onderhandelingsprocessen die eraan voorafgaan meestal onderbelicht. Zo gaat het ook bij wedstrijdontwerpen, die gepubliceerd worden aan de hand van plannen en beelden, en worden beoordeeld alsof het al gerealiseerde gebouwen zijn. Daarbij wordt echter handig vergeten dat er tussen ontwerpvoorstel en realisatie een intensief proces plaatsvindt tussen architect, bouwheer en andere betrokken partijen. In samenspraak sturen zij het ontwerp bij, passen ze het aan en transformeren ze het. Een wedstrijdontwerp verwijst dan wel naar een te verwezenlijken toekomst, maar valt er nooit helemaal mee samen.