In het licht van de klimaattransitie beseffen we nog maar pas hoe belangrijk de impact van bouwen is op de uitstoot van broeikasgassen, maar ook wat de eindigheid van grondstoffen betekent voor de bouwpraktijk. Behoud en hergebruik van bestaand patrimonium winnen hierdoor enorm aan belang. Ze vormen voor ontwerpers boeiende en veelzijdige uitdagingen, die door de energetische opgave ook complexer worden. Dat de omgang met bestaande gebouwen telkens een evenwichtsoefening is, blijkt uit vier renovatieprojecten die voortkwamen uit de selectieprocedure van de Open Oproep of deel uitmaakten van een adviesdossier van de Vlaamse Bouwmeester.

Er zijn grondstoffen en energie nodig om bouwmaterialen te produceren, ter plaatse te brengen en te bouwen, en er is de energie die nodig is tijdens de levenscyclus van een gebouw (verwarming, koeling en verlichting). Vaak overstijgt de energie in de gebruiksfase de energie die nodig is voor het bouwen, maar toch is deze laatste, ook wel de grijze of ‘embedded’ energie genoemd, niet te verwaarlozen bij de vraag of we moeten herbestemmen dan wel slopen en nieuw bouwen. Bij afbraak belanden niet alleen de materialen en hun ingebakken energie op de schroothoop: er is ook energie nodig voor de sloop, de afvoer van het puin, de productie en transport van nieuwe bouwmaterialen en het bouwen zelf. Het is duidelijk dat behoud en hergebruik vaak een betere startpositie vormen dan sloop en vervangbouw, ook al is die nieuwbouw veel energiezuiniger.