Toen het Duitse bureau Kaden Klingbeil er in 2008 als eerste in slaagde om, in hartje Berlijn, een zeven verdiepingen hoge houtskeletconstructie te bouwen voor een tiental woningen, keek heel Europa verbluft toe. Tot dan toe was hout gereserveerd voor gevelbekleding, binnenafwerking of de occasionele uitbreiding. Als constructiemateriaal beperkte het zich tot laagbouw in een perifere of landelijke context. De uitdagingen van hoogbouw in hout in de stad lagen echter niet alleen in de statische en mechanische capaciteiten van het materiaal, maar ook in het vinden van nieuwe oplossingen voor bestaande brandveiligheidsnormen, geschoeid op traditionele massiefbouw.
Ondertussen evolueerden, onder invloed van veranderende economische en ecologische condities, zowel de visies van publieke opdrachtgevers als de technische mogelijkheden in de houtbouwsector. Een kortere werfperiode, de duurzaamheid van het basismateriaal en zijn circulair potentieel dragen ertoe bij dat hout steeds meer een waardevol alternatief wordt voor betonbouw. Technologische ontwikkelingen maakten dat men ook steeds hoger kon gaan bouwen.