Vanaf het prille begin van zijn bestaan heeft de mens plaatsen en kunstwerken gecreëerd om te gedenken. Er zijn overal sporen van te vinden, vooral in de stad, tekens die verwijzen naar het verleden. Die gedenkplekken hebben zelf ook een verhaal en zijn verankerd in een bepaalde tijdgeest. Terwijl monumenten vroeger in de stad een centrale plaats innamen, vinden we ze vandaag eerder terug op verborgen en onverwachte plekken, of aan de rand van de stad. In Brussel worden de slachtoffers van de recentelijke aanslagen herdacht op verschillende plaatsen, opgenomen in het bestaande weefsel.

In het boek L’art de la mémoire, le territoire et l’architecture onderzoekt Sébastien Marot het verband tussen het collectieve geheugen en het ruimtelijke kader, en hoe elke periode op een andere manier een plek en een vorm geeft aan de grote gebeurtenissen van de tijd. Hij vertelt ook hoe de Grieken en later de Romeinen de ars memorativa beoefenden, namelijk de kunst van het herinneren, waarbij je een argumentatie aan een ruimtelijke structuur verbindt om ze zo beter te onthouden. In zijn boek onderzoekt hij die verbanden in een hedendaagse, voorstedelijke omgeving, waarbij hij het geheugen ziet als vierde dimensie. Vandaag schipperen gedenkplekken tussen een herinnering aan een ver verleden enerzijds, en de materialisatie van een recente gebeurtenis die appelleert aan ons collectief waardesysteem anderzijds.