Op uitnodiging van A+ geeft de Deense architect Søren Pihlmann op 31 maart 2026 een lezing in Bozar. In 2025 nam hij deel aan de Architectuurbiënnale van Venetië met het project Build of Site in het Deense paviljoen. Pihlmann heeft een werkwijze ontwikkeld waarin hergebruik, een scherpe analyse van de bestaande context en een voortdurende aandacht voor het intrinsieke potentieel van materialen centraal staan. In zijn werk onderzoekt hij hedendaagse bouwlogica’s, de rol van de afwerking, industriële processen en de manier waarop architectuur een transformatie kan ondergaan door te werken met wat er al is. Dit gesprek belicht een ontwerpvisie waarin de handeling voorafgaat aan de vorm en waarin materialiteit de drijvende kracht is.
Léone Drapeaud (A+): In uw beschrijving van House 14a spreekt u over een reeks handelingen – blootleggen, bedekken, snijden, verbinden, stapelen, gieten – die worden ingezet om een bestaand gebouw te laten evolueren. Die werkwoorden lijken eerder van praktische dan van theoretische aard, alsof ze rechtstreeks van de bouwplaats komen. Dat zou ik graag als uitgangpunt nemen: hoe structureren deze handelingen, meer nog dan vormen of projecten, uw werk en uw manier om architectuur te transformeren?
Søren Pihlmann (SP): Onze werkwijze steunt in zekere zin meer op handelingen dan op vooraf bepaalde doelstellingen. We accepteren dat ons werk zich afspeelt binnen een complexe realiteit waarin al heel wat materialen aanwezig zijn, en dat er strategieën moeten worden uitgedokterd om met al die grondstoffen iets nieuws te creëren.
Het gaat er niet om het ene materiaal boven het andere te verkiezen, maar handelingen te introduceren die ons in staat stellen te herconfigureren wat we aantreffen. Werken met bestaande gebouwen vraagt om een specifieke houding: een benadering die ruimte laat voor openheid en flexibiliteit. We proberen te onderzoeken hoe ver architectuur kan gaan door zo veel mogelijk informatie te destilleren uit wat we vinden en daar vervolgens op te reageren.

A+ Het is interessant dat informatie het eerste is wat u noemt.
SP Ik vind dat we moeten afstappen van een lineaire visie op architectuur, waarin voortdurend nieuwe grondstoffen worden gewonnen om nieuwe omgevingen te creëren, vaak ten koste van wat er al is. Bestaande gebouwen herbergen een enorm potentieel; tot op zekere hoogte kunnen ze zelfs met hun eigen materialen worden vernieuwd. Tegenwoordig legt de sector een logica van normering en documentatie op. Materialen moeten gecertificeerd zijn om hergebruikt te mogen worden. Is dat niet het geval, dan is weggooien vaak de enige legale optie, ook al weten we dat de materialen perfect bruikbaar zijn. Als je dus zo ver mogelijk wilt gaan zonder nieuwe grondstoffen in te zetten, wordt het verzamelen van informatie essentieel.
A+ ‘Blootleggen’ kan worden opgevat als het zichtbaar maken van wat er al is, maar in uw projecten lijkt dit begrip ook analyse en documentatie te omvatten. Was dat ook uw insteek voor het Deense paviljoen op de Biënnale van Venetië 2025?
SP Het blootleggen vervult meerdere rollen. Het maakt de materialen en de bestaande systemen zichtbaar en legt een direct verband tussen de constructiewijze en onze waarneming. Zodra die link is gelegd, reageren mensen op wat ze zien: sommigen ontdekken een vorm van schoonheid in wat er al is; anderen verwerpen het, wat overigens net zo productief kan zijn, omdat het ons ertoe aanzet naar alternatieve oplossingen te zoeken.
Voor de Biënnale hebben we, in plaats van een tijdelijke expositie op te zetten, het paviljoen zelf onderzocht. Daaruit bleek dat er ingrijpende werkzaamheden nodig waren: een deel van het gebouw was overstromingsgevoelig, en bepaalde structuren in ongewapend beton uit de jaren 1950 vertoonden scheuren. Die materiële beperkingen bepaalden de belastbaarheid en de gebruiksmogelijkheden. Op die manier werd de tentoonstelling een middel om het gebouw duurzaam te herstellen en tegelijkertijd het transformatieproces te documenteren. Door samen te werken met bodemspecialisten, ingenieurs gespecialiseerd in structureel hergebruik en een onderzoeker op het gebied van biobased materialen konden we via niet-destructieve analyses, verdichtingstechnieken en experimenten met natuurlijke bindmiddelen uit de lagune de aanwezige aarde, het beton en het bouwafval transformeren tot nieuwe constructieve elementen, zonder materiaal van buitenaf aan te voeren.

A+ U had het zojuist over blootleggen en over de manier waarop materialen en hun beperkingen zichtbaar worden. Hoe verhoudt het idee van ‘bedekken’ zich tot dat proces?
SP We proberen vrijwel nooit te bedekken in de conventionele zin van het woord. In de hedendaagse westerse architectuur is de focus verschoven van de schoonheid van de constructie naar de schoonheid van de afwerking. Er wordt op een bepaalde manier gebouwd en daarna worden er lagen toegevoegd om die realiteit te maskeren en aan specifieke verwachtingen te voldoen. Dat verbreekt vaak de band tussen de constructie en de architecturale kwaliteit.
Dampschermen zijn daar een treffend voorbeeld van. In veel recente gebouwen worden plastic membranen toegepast die van het geheel letterlijk een luchtdichte schil maken. Omdat mensen zich verzetten tegen het idee dat ze in een plastic zak wonen, worden die membranen weggemoffeld achter afwerklagen. Om die reden is bedekken voor mij geen neutrale daad; het is een actieve keuze om informatie te wissen.

A+ Toch noemt u ‘bedekken’ als een van uw handelingen. Zijn er dan situaties waarin het wel een positieve rol speelt?
SP Ja, maar alleen in zeer specifieke gevallen. Bij House 14a hebben we met de bestaande gevels gewerkt en geen nieuwe bakstenen toegevoegd. We hebben de aanwezige stenen verplaatst om bepaalde openingen te sluiten en elders nieuwe te creëren, zodat er nieuwe ruimtelijke hiërarchieën en relaties ontstaan. In dat geval wordt bedekken een architectonische aanpassing in plaats van een cosmetische ingreep.
Het idee dat een architect ‘verliefd’ moet worden op materialen is romantisch, maar ook problematisch. Het leidt tot hiërarchieën die overconsumptie in de hand werken. Echte betrokkenheid komt eerder voort uit inzicht in het potentieel van een materiaal: wat mogelijk is, wat niet en in welke situaties. Juist daarin wordt de handelingskracht van een materiaal zichtbaar, en wordt simpelweg bedekken moeilijk te rechtvaardigen.

A+ In het project Thoravej 29 werkt u met een generiek betonnen gebouw uit de jaren 1960. Hoe komt de handeling van het ‘snijden’ daar tot uiting?
SP In dit project voor een buurtcentrum was snijden essentieel om verbindingen tussen de verschillende verdiepingen te maken. Door een aantal vloerplaten door te snijden konden we de betonnen oppervlakken kantelen en er trappen van maken. Zo verbonden we de ruimtes visueel en akoestisch met elkaar, terwijl we gebruikmaakten van de materialen van het gebouw zelf. Snijden is zowel een ruimtelijke transformatie als een manier om aan grondstoffen te komen. Om de ruimte open te maken hebben we sommige bakstenen wanden uitgezaagd en neergelegd als vloerbedekking. Op die manier worden beperkingen ook een drijvende kracht achter het ontwerp.
A+ De materialen worden ter plekke hergebruikt, terwijl transport vaak een aanzienlijk deel van de architectonische voetafdruk uitmaakt. Dat is ook een manier om zorg te dragen voor het werk uit het verleden.
SP Precies. Zo koester je ook het verrichte werk en niet alleen het materiaal. We bouwen voort op de kennis uit het verleden om nieuwe oplossingen te bedenken. Tegelijkertijd behouden we historische elementen in het gebouw, simpelweg omdat ze werken en aangenaam zijn. Alles wordt benaderd vanuit een vlakke hiërarchie, waarbij elk onderdeel als gelijkwaardig wordt beschouwd. Een bouwwerk wordt zo leesbaar als een reeks concrete handelingen, in plaats van als een object.

A+ Maar snijden betekent ook stukmaken.
SP Absoluut. Daarom is elke snede weloverwogen. Elk stuk afval wordt een potentiële grondstof. Snijden leidt tot onverwachte situaties, en precies daar begint de architectuur: als een daad van onthulling en transformatie. Het gebouw is niet langer een statisch geheel, maar een verzameling onderdelen waarmee je kunt spelen, experimenteren en nieuwe configuraties kunt ontwikkelen.
A+ U hebt het vaak over verbinding op gebouwniveau, maar wat betekent dit op grotere schaal?
SP In het studentendorp van Aarhus bestond de uitdaging erin de kenmerken van een oude boerderij met elkaar te verbinden zonder er een kopie of een pastiche van te maken. Verbinding wordt dan een centraal instrument: elementen die niet compatibel zijn ontworpen, kunnen zo toch naast elkaar bestaan. In plaats van de verschillen uit te wissen proberen we ze productief te maken. Zo worden verbindingen vindingrijke plekken, die voortkomen uit de ontmoeting tussen bestaande structuren en nieuwe randvoorwaarden.

A+ Zijn die verbindingen eerder een vorm van dialoog dan een oplossing?
SP Het zijn zonder meer vormen die naast elkaar bestaan. Neem nu Thoravej 29: daar genereert de kanteling van het beton een balustrade die rechtstreeks uit die interactie voortkomt. In House 14a zijn de nieuwe wanden en structuren het directe resultaat van de niveauverschillen die ontstonden door het verwijderen van het plafond. Elk onderdeel behoudt zijn eigen logica, maar sluit tegelijkertijd aan op de andere componenten.
De elementen zijn niet perfect op elkaar afgestemd, maar gaan een constructieve interactie aan. Zo krijg je wat ik ‘speels potentieel’ noem: momenten waarop de ontmoeting tussen verschillende onderdelen onverwachte mogelijkheden opent. De verbinding wordt zo een vindingrijke en speelse plek die diepgeworteld blijft in de materialiteit en de geschiedenis van de onderdelen.
A+ Dat brengt ons bijna naadloos bij het thema ‘stapelen’. Wat betekent stapelen voor u?
SP In ons project voor de Biënnale was het een heel letterlijk stapelen, maar het is ook een relationele strategie: elementen met elkaar in dialoog laten gaan en een geheel vormen dat wordt gestuurd door wat het bestaande aanreikt. Wat materialen betreft, lenen bepaalde bakstenen of blokken zich van nature voor stapeling, maar het is evengoed een overkoepelende strategie om de aanwezige elementen tot een coherent geheel samen te voegen.

A+ Alsof elk element behouden moest blijven?
SP Precies. Bij Thoravej 29 hebben we de afvalmaterialen op stapels gelegd, waardoor ze als grondstoffen voor de meubels konden dienen. Stapelen wordt zo een speelse manier om het potentieel van elk materiaal te ontdekken. We proberen nooit materialen weg te gooien, tenzij mechanische of hygiënische vereisten ons daartoe dwingen. Zo moesten we een beschadigde vinylvloer verwijderen omdat die met giftige lijm was bevestigd.
A+ Wanneer is het voor u aanvaardbaar om te gieten?
SP Zolang materialen hun bestaande vorm kunnen behouden – door ze te snijden, te draaien, te stapelen of te verbinden – proberen we ze zo te gebruiken. Maar zodra de fragmenten te klein worden, wordt een transformatie noodzakelijk. Gieten maakt het dan mogelijk om de vorm expliciet terug te brengen en van die fragmenten bruikbare componenten te maken. In het project voor de Biënnale was die spanning voortdurend aanwezig. Het opnieuw verwerken van bepaalde fragmenten opende nieuwe mogelijkheden, maar bracht ook nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. Gieten is dwingender dan assembleren: je verbindt niet langer, je produceert.

A+ Dat is dus een definitievere ingreep?
SP Inderdaad. In tegenstelling tot assemblage legt gieten een situatie onherroepelijk vast en vereist het dat de herverwerking gerechtvaardigd is. In een recent project in Finland – de renovatie en transformatie van een historische stenen schuur op het landgoed Saari in Mynämäki tot kunstenaarsverblijven – hebben we bijvoorbeeld een procedé getest waarbij houtafval werd omgevormd tot panelen met lignine als bindmiddel, zonder enige synthetische lijm.
Zulke benaderingen bevragen de materiaalwetenschap en industriële processen: hoe kun je efficiënt produceren en er tegelijkertijd voor zorgen dat de variaties en de handelingskracht van de materialen tot uiting komen? Waar de industrie verschillen doorgaans wegwerkt, onderzoeken wij subtielere behandelingen, waarbij de onregelmatigheden zichtbaar blijven. Zulke experimenten kunnen inspireren tot nieuwe productiemethoden die niet alleen door efficiëntie worden gedreven, maar ook door de eigen wil van het materiaal.
Søren Pihlmann
Wanneer: 31 maart 2026
Waar: Bozar, Brussel