Net als andere grootstedelijke gebieden wordt het Brussels Gewest geconfronteerd met een wooncrisis. Door de lange wachtlijsten voor sociale woningen komen veel kwetsbare mensen terecht in het onderste segment van de private huursector. Daar spelen grote problemen zoals hoge huurprijzen, oplopende energiekosten, ondermaatse woonkwaliteit en onzekere huurcontracten. Als antwoord daarop ontstaan verschillende experimenten met alternatieve woontypologieën. Zoals de WoonBox en Solidair Mobiel Wonen, waar de auteurs van dit artikel als architecten, onderzoekers en cocreatoren nauw bij betrokken zijn.

Volgens La Strada, het Steunpunt Thuislozenzorg Brussel, is het aantal mensen in een precaire woonsituatie in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld. Als antwoord op de wooncrisis ondernemen de regionale en lokale Brusselse autoriteiten sinds het begin van de jaren 2000 diverse acties, zoals het Gewestelijk Huisvestingsplan (GHP)1, het Programma Alliantie Wonen (AW)2 of de Woningenplannen van de Stad Brussel. Daarnaast zet het Gewest ook in op erkennen en ondersteuning van initiatieven van derden, die bijdragen aan het verhogen van de toegankelijkheid tot de woonmarkt – zoals de Sociale Verhuurkantoren of CLT Brussel. Dit zijn allemaal stappen in de goede richting, maar toch verloopt het verhogen van het aantal kwalitatieve, betaalbare woningen in de praktijk erg moeizaam, en heeft het woonbeleid van de laatste twintig jaar de ongelijkheid (nog) niet fundamenteel kunnen keren3. 1 Gewestelijk plan met als doel de realisatie van 5.000 nieuwe openbare huurwoningen (3.500 sociale en 1.500 middenklasse woningen) 2 Gewestelijk plan met als doel de realisatie van 6.720 nieuwe sociale- en middenklasse woningen, zowel voor verhuur als voor verkoop 3 Ter illustratie: na 15 jaar bereikte het GHP slechts 56,5% van zijn doelstelling en na vijf jaar haalt het AW nog maar 24%