Voor veel Vlamingen blijft de volkstuin de ideale omgeving: de buren blijven op veilige afstand, de kinderen kunnen rustig in de tuin spelen en er is altijd een parkeerplaats voor de deur. De vraag is echter hoe lang wij als samenleving bereid zijn te blijven betalen voor het behoud van dit werkelijk dure woonmodel. 1 De Vlaamse Regering heeft reeds een reeks ruimtelijke uitgangspunten voorgesteld om een aantal van deze maatschappelijke kosten te verminderen. Zo stelt zij bijvoorbeeld voor om de ruimtelijke opbrengst te verhogen en het ruimtegebruik te verweven en multifunctioneel te maken. 2 1 Vermeiren et al., 2019. ‘Monetariseren van urban sprawl in Vlaanderen’. Uitgevoerd in opdracht van het Departement Leefmilieu. 2 Departement Leefmilieu, 2018. ‘Beleidsplan Ruimte Vlaanderen: Strategische Visie’. https://www.ruimtevlaanderen.be/BRV[/voetnoot]

Ook bij collectieve woningbouwprojecten worden nieuwe, slimmere indelingen voorgesteld, als alternatief voor het traditionele indelingsmodel. In plaats van dat elke woning op een eigen perceel staat met een eigen voortuin, oprit en achtertuin, zijn de woningen (en appartementen) gerangschikt rond een gemeenschappelijke tuin met onder meer een trampoline, zwemvijver, moestuin en glijbaan. Daarnaast delen zij vaak een paviljoen met een keuken, zithoek, werkruimte, fitnessruimte, wasruimte, opslagruimte, enzovoort. Het delen van een fietsenstalling en parkeerplaats spreekt voor zich. Binnen deze projecten heeft de bewonersgroep de volledige zeggenschap en richt zij zich in eerste instantie vooral op de realisatie van hun gemeenschappelijke project. Zij leren omgaan met elkaars verschillen en streven naar consensus over elke mogelijke beslissing of afspraak binnen hun project.