In 2005 werd beslist 30 miljoen euro te investeren in de renovatie van de Gentse Boekentoren, een ontwerp van Henry van de Velde uit de jaren 1930 dat in 1942 voltooid werd. De werkzaamheden waren ingrijpend – een gigantisch ondergronds archief, een nieuwe betonnen buitenschil. Met chirurgische precisie en conceptuele elegantie werkt Robbrecht en Daem architecten verder aan de vernieuwde bibliotheek.

Voordat een gebouw zich uit een werf kan ontpoppen, zijn bepaalde omkeringen noodzakelijk. Een werf volgt immers niet dezelfde logica als een gebouw, maar is een waaier van inversies. De straat aan de voorkant wordt een kaai, waar een stroom van materialen wordt aangevoerd en verplaatst. Een schacht wacht op een hijskraan, zoals onkruid in een brede barst. Het sublieme, het stedelijke en het collectieve moeten als salami in fijne plakjes worden gesneden, op de maat van het menselijk lichaam. Een reusachtige leegte wordt met een stelling gevuld en ingekooid; een buitenschil verwordt eerst tot een interieur van passerelles. Die tijdelijke, stuttende constructies en handelingen leggen een verdraaide maar parallelle architectuur bloot, die de architect noch kan noch mag bemeesteren. Al sinds de metselaars zich in de middeleeuwen in afzonderlijke stammen organiseerden, is het het lot van de architect om het einddoel te bepalen, maar de middelen om dat einddoel te bereiken worden overgelaten aan ingenieurs en aannemers.