Op 6 mei 2017 gingen in Brussel, zetel van de EU, de deuren open van het Huis van de Europese geschiedenis. Architectuurbureau CHAIX ET MOREL herstructureerde een neoklassiek gebouw uit 1935 en gaf het een aanvulling en bekroning in glas, zodat het geheel een toonbeeld van openheid is. De museografische invulling is daarvan echter de autarkische tegenpool.

Nu Europa in crisis is – brexit, allerlei vormen van nationalisme… – is het meer dan ooit van belang dat we ons bewust worden van ons cultureel erfgoed. Het idee van een Europees museum is niet nieuw. In de jaren 1990 dacht de Europese Commissie aan een reeks Europese zalen in grote musea in de EU. In 1997 werden in Brussel de eerste stappen gezet voor een privéproject dat Europamuseum zou heten. In 2007 lanceerde Hans-Gert Pöttering in zijn openingstoespraak als voorzitter van het Europees Parlement het ambitieuze idee van een Huis van de Europese geschiedenis. Het moest een schrijn worden voor het geheugen van Europa, een plek waar de burgers werden aangezet om na te denken over het historische proces en de huidige betekenis van het Europese project zoals zich dat in de 19de en de 20ste eeuw via een aantal markante gebeurtenissen ontwikkeld had. Het was bedacht ter aanvulling van het in 2011 geopende Parlamentarium en van een rondleiding in het halfrond.