Tot aan het eind van de 18de eeuw woonde en werkte meer dan 95 procent van de wereldbevolking op het platteland. In twee eeuwen tijd zijn we geëvolueerd naar een postindustriële wereld waar meer dan 60 procent en tegen 2050 meer dan 80 procent van de mensheid in steden zal wonen.
Overbevolking, landbouw, economische groei en suburbanisatie vernietigen landschap en natuur. We zijn elke wezenlijke band met onze voedselproductie kwijt. Voedsel produceren we vooral mechanisch en grootschalige monoculturen zijn qua biodiversiteit niet veel beter dan een betonplaat. Landbouw levert op de helft van ons grondgebied amper 0,5 procent van het bbp. Het platteland is al zijn troeven aan het verliezen: een betekenisvolle menselijke aanwezigheid, natuur en economisch belang. Het blijft verweesd achter, ten prooi aan lintbebouwing, verkavelingen en files. Door de remedie te beperken tot kernversterking en verdichting dreigen we de toekomst van het platteland te vergeten. Waar kan leegloop, waar gaan we nog verdichten, waar maken we natuur bij? We beleven geen tijdperk van verandering maar een verandering van tijdperk. En wat is in dat tumult de positie van onze landelijke dorpen?