In 2000 plaatste Massimiliano Fuksas de Architectuurbiënnale van Venetië onder de titel Less Aesthetics, More Ethics. De slogan vatte destijds een breed gedeeld ongemak samen over een architectuurcultuur die te lang in formele autonomie was blijven steken. Vandaag klinkt die tegenstelling verrassend gedateerd. Niet omdat ethische vragen minder urgent zijn geworden, maar omdat ze zich niet langer buiten de esthetiek laten plaatsen. Hedendaagse architectuur wordt expliciet beoordeeld op haar omgang met bestaande structuren, materiaalstromen, CO₂-uitstoot en impact op haar natuurlijke omgeving. Toch ontsnapt een gebouw niet aan esthetische discussie: architectuur verschijnt immers in vorm, ruimte, materialiteit en detail. De vraag is daarom niet of ethiek esthetiek vervangt, maar hoe ethische keuzes het esthetische register van de architectuur verschuiven. Wat doet de keuze voor behoud en hergebruik bijvoorbeeld met het begrip schoonheid? En wanneer wordt hergebruik meer dan een ecologische of technische vanzelfsprekendheid; met andere woorden, wanneer wordt het architectuur?
In het winnende wedstrijdontwerp van Sergison Bates en Laboratoire voor PXL in Hasselt krijgt die vraag een concrete invulling. De transformatie wordt er opgevat als een opeenvolging van waardebepalingen: behoud van structuur, hergebruik van elementen, herordening van circulaties, toevoeging van nieuwe ruimtelijke verbanden. Circulariteit verschijnt hier niet alleen als technische of ecologische ambitie, maar ook als architectonische methode. Het project verschuift de aandacht van bouwen als vervangen naar ontwerpen als herkennen, selecteren, verbinden en opnieuw leesbaar maken. Daarmee wordt PXL een casus waarin ethiek en esthetiek niet naast elkaar staan, maar elkaar wederzijds bepalen. In het verdere verloop van het project zet vooral de gevel die vraag op scherp: hoe mag hergebruik verschijnen en wanneer wordt de leesbaarheid van circulariteit zelf een esthetisch probleem?
Dit artikel verscheen in A+319, gepubliceerd op 28.09.2026.