Als schoonheid in architectuur meer is dan een kwestie van persoonlijke smaak of oppervlakkige voorkeur, openen zich mogelijkheden tot breder gedragen projecten. Een blik op diverse hedendaagse architectuurprojecten onthult daarbij twee onderscheiden paden. Enerzijds is er een klassieke opvatting, waarin schoonheid ontstaat uit harmonie, ritme, proportie en compositie, verankerd in een heldere ruimtelijke en constructieve logica. Anderzijds zien we een meer fragmentaire benadering, waarbij zorgvuldig gekozen details, ingrepen of hergebruikte elementen worden uitgelicht en zo betekenisvolle momenten creëren die de ervaring van een gebouw verdiepen. Hoewel beide benaderingen hun risico’s kennen, hebben ze één belangrijk uitgangspunt gemeen: schoonheid als bewuste ontwerpambitie.
Elk architectuurontwerp omvat een reeks esthetische ontwerpbeslissingen. Het gaat om beslissingen over compositie, kleur, materialiteit en proporties die niet het resultaat zijn van logische gevolgtrekkingen uit de aard van het programma, de context, stedenbouwkundige voorschriften of technische vereisten. Hoewel ze in dialoog kunnen gaan met die aspecten, worden deze beslissingen genomen op basis van esthetische oordelen, en zijn ze dus op zijn minst gelinkt aan opvattingen over schoonheid. Tegelijkertijd kunnen we veel van zulke oordelen ook karakteriseren als uitingen van smaak: architectuurprojecten in België en daarbuiten worden al geruime tijd gekarakteriseerd door uitgelichte (staal)structuren in felle kleuren, accenten zoals balustrades in felle of pastelkleuren of grafische façades. Zulke beslissingen lijken eerder uitingen van smaak en eigentijdsheid.
Dit artikel verscheen in A+319, gepubliceerd op 28.09.2026.