‘We zijn onze dorpen in ijltempo aan het verknoeien’, kopte De Standaard eind vorig jaar. Nu de tentakels van de lintbebouwing, de verkavelingen en de zonevreemde woningen de open ruimte langzaam hebben omarmd en doodgeknepen, moeten de dorpskernen eraan geloven. Onder het mom van verdichting verdwijnen beeldbepalende gebouwen in het centrum van een dorp, om plaats te maken voor banale appartementen. Met het verlies van de dorpse identiteit tot gevolg. Al zijn ‘identiteit’ en ‘dorps karakter’ vage en vaak misbruikte begrippen.

Wat is een dorp eigenlijk? ‘Als we spreken over dorpen, bedoelen we het hele scala van dorpen’, schrijft Edith Wouters in dit nummer naar aanleiding van het onderzoek dat ze met Ar-tur voert in het kader van het Kempenlab Dorpsarchi-tectuur. ‘We hebben het zowel over het krimpende gehucht of kerkdorp, het dorp met knooppuntwaarde en ontwikkelingskansen, het autonome, levendige dorp met weinig knooppuntwaarde, als over het sinds lang verstedelijkte dorp. Juist die contextuele gevoeligheid is essentieel. Het aansluiten bij het dorpse karakter, het zorgvuldig inpassen in de omgeving, herkenbaarheid en vertrouwdheid blijken cruciale uitgangspunten voor kwalitatieve dorpsarchitectuur.’