In 2009 maakte de Britse filosoof Roger Scruton voor de BBC de documentaire Why Beauty Matters. Die documentaire is één grote aanklacht: volgens Scruton heeft de moderniteit ‘de oorlog verklaard aan de schoonheid’.1 Als het over hedendaagse architectuur gaat, spreekt hij zelfs van geïnstitutionaliseerd vandalisme. Dat is ook het narratief van de bewegingen die vandaag pleiten voor een terugkeer naar de zogenaamde ‘traditionele’ architectuurvormen. Telkens wordt het concept ‘schoonheid’ hierin voorgesteld als iets wat in het verleden al aanwezig was en alleen nog hoeft te worden herontdekt. In de Verenigde Staten vormde deze opvatting de directe inspiratiebron voor een presidentieel decreet dat in 2020, aan het einde van Donald Trumps eerste ambtstermijn, werd uitgevaardigd. Dat decreet bepaalde dat overheidsgebouwen consequent in ‘traditionele stijlen’ moesten worden ontworpen. In Franstalig België verspreidt de vereniging La Table Ronde de l’Architecture deze visie al een aantal jaar, zowel in de publieke ruimte als via sociale media en paginagrote opiniestukken in La Libre Belgique. 1 Why Beauty Matters, documentaire van Roger Scruton, uitgezonden op 28/11/2009 op BBC2.

Ik stel voor om hier twee terugkerende pijlers van dit discours over schoonheid te onderzoeken: de verhouding tot de gemeenschap en die tot het verleden. De invalshoek vanwaaruit deze relaties worden benaderd is materialistisch van aard: we kijken naar wat deze ideeën over schoonheid concreet teweegbrengen en binnen welke sociale structuren ze functioneren.

Dit artikel verscheen in A+319, gepubliceerd op 28.09.2026.