Precies veertig jaar na het verschijnen van De architectonische ruimte van architect en benedictijner monnik Hans van der Laan verkennen nu ook de architecten en hoogleraren Thierry Delcommune en Roland Matthu diezelfde ruimte in hun boek L’espace Architectonique.

De architectoniek beweegt zich in de ruimte tussen de wereld van de objecten en die van de ideeën. Ze gaat zowel over de kunst van het bouwen als over de interactie tussen de delen van een geheel. Voor elk van de drie genoemde auteurs is die mix een middel om het evenwicht in de triade natuurlijk-gebouwd-menselijk te herstellen. Daar houdt de gelijkenis op: terwijl Van der Laan via een aantal maatregels tot een algemene definitie van het creëren van schoonheid tracht te komen, proberen Delcommune en Matthutte te begrijpen waar de breuk vandaan komt tussen het antropologische en wat zij de hedendaagse hyperruimte noemen, en hoe die breuk overstegen kan worden. Hun gevecht neemt de vorm aan van een rijk gedocumenteerde architectuurtheorie (allicht de vrucht van hun universitaire carrière) in woorden en tekeningen.