Aandacht voor kwaliteitsvolle stilte is alomtegenwoordig. In 1882 benoemde Friedrich Nietzsche in zijn boek Die fröhliche Wissenschaft (De vrolijke wetenschap) het al: ‘Ooit, en waarschijnlijk binnenkort, zal er behoefte zijn aan wat vooral in onze grote steden ontbreekt: stille en ruime uitgestrekte plaatsen om na te denken, plaatsen met hoge lange zuilengangen voor slecht of zonnig weer, waar geen gedruis der omroepers doordringt.’ Intussen is onze stedelijke context sterk verdicht en is er voor uitgestrekte plaatsen en lange zuilengangen geen ruimte meer. De noodzaak aan stilte en rust als een essentieel onderdeel van een leefomgeving die bijdraagt aan fysiek en mentaal welbevinden, is des te groter.

Sinds 2012 voeren studenten van ku Leuven Faculteit Architectuur interventies uit in de publieke ruimte onder de naam ‘Urban Silence’. In 2015 verdiepten architecten Geert Peymen en Pleuntje Jellema zich verder in het onderwerp door ruimtelijke kwaliteiten in verband te brengen met de beleving van stilte en rust in de stad. Ze identificeren een aantal veranderingsprocessen in onze samenleving die mee verantwoordelijk zijn voor de huidige behoefte aan stilte en rust.1 1 Geert Peymen en Pleuntje Jellema, ‘De luwteplek – een ruimtelijk onderzoek naar stilte, rust en ruimte in de stad’, peymenjellema, Gent, 2017