Ruim twee decennia geleden startte in Leuven de ontwikkeling van wetenschapspark Arenberg, op het domein van het kasteel van Arenberg. Recent herzagen stad en KULeuven het masterplan ervan: intensieve begroening moet een derde van het terrein beslaan om de connectie met de Dijle-oevers in het zuiden te versterken. De footprint van gebouwen moet dus verkleinen, maar in ruil mag men nu hoger, veel hoger zelfs, bouwen. Het project voor de Community building van 360 Architecten is inderdaad 60 meter hoog, maar geeft de natuur ook vrij baan.

Onlangs ging de eerste spade de grond in voor dit complex aan de Gaston Geenslaan, een ventweg langs de Koning Boudewijnlaan van Leuven naar de E40. De KULeuven treedt op als afgevaardigd bouwheer, al is de eigenlijke opdrachtgever Community Building BV. De community building voorziet in gemeenschappelijke ruimtes – een ‘hot spot’ – voor campusgebruikers, maar biedt daarnaast ook veel kantoorruimte voor bedrijven die aan het park gelieerd zijn.

Het project bestaat uit twee gebouwen. Het ene, 60 meter hoog, met een footprint van ca. 25*50 m, heeft een dubbel hoog gelijkvloers met mezzanine, 10 vrij indeelbare kantoorvloeren rond een kern van liften, trappen en sanitair en een dakverdieping met terrassen. Daarboven zit een technisch verdiep. Het andere blok, ruim 20 m ten oosten, heeft dezelfde footprint, maar telt maar vier etages boven begane grond. Het wordt ook niet meteen gerealiseerd.

Het project gaat op een opmerkelijke manier om met de vraag naar meer groene ruimtes tussen de bouwblokken. Het lijkt alsof de dubbelhoge begane grond van onder de hogere bouwlagen naar voor geduwd is, richting ventweg. Door die verschuiving ontstaat achter het gebouw een hoog en breed, overdekt terras. Het vooruitgeschoven volume, de entree tot het complex, heeft meer dan 8 m hoge, quasi volledig glazen wanden. Dat uitzicht wijkt sterk af van dat van de vrij gesloten hogere etages. Die hebben diep verzonken ramen en prominente aluminium borstweringen. Deze uitspringende sokkel ziet er, ook al door zijn groendak, bijna uit als een serre. In de afgescheiden, zo’n 4 m brede strook rechts van het gebouw versterkt weelderige plantengroei die indruk nog. Hier leiden twee brede trappen naar de tussenvloer.

De betekenis van dit gebaar zal wellicht pas ten volle blijken na voltooiing van de twee blokken. Het glazen volume aan de straatzijde zal dan immers doorlopen van het ene naar het andere gebouw en zo het geluid weren in de groene ruimte tussen de gebouwen. Aan de achterzijde zal een brug de inspringende terrassen verbinden. De grond in de tussenruimte helt zo sterk af dat ze onder die brug zal doorlopen. Dit binnenhof blijft zo verbonden met de groene ruimte achter de gebouwen. Door de ‘serre aan de zijkant en het achterterras genieten de gebruikers van de ‘hot spot’ daar volop van, ook als ze werken op de mezzanine. Het wordt wellicht een populaire werk- en vergaderplek.

De hogere etages zijn, qua plan, niet bijzonder, maar hier valt het gebouw op door de zorgvuldige behandeling van de gevels: gebruikers kunnen de ramen openen. Dwarsschotten tussen de ramen en uitspringende borstweringen zorgen voor een uitstekende lichtbeheersing. Aan de zuidzijde zijn er smalle terrassen. Die ingrepen, hoe onopvallend ook, doen niet alleen de koellast dalen, ze zorgen ook op de etages voor het welbevinden van de gebruikers.