Niet-architecten die over architectuur schrijven: sinds de jaren 1970 is het schering en inslag. Hebben de architecten het opgegeven om over eigen en andermans werk te schrijven? En zo ja, is dat wel een probleem?

Architecten, zei Adolf Loos ooit, zijn metsers die Latijn geleerd hebben. Ze bouwen niet alleen, ze denken na over dat bouwen, ze ontwerpen en ze hebben een verhaal over dat ontwerpen. Beatriz Colomina bevestigt dat: Ariadne was volgens haar de eerste architect, want zij gaf Theseus de bol garen waarmee hij het labyrint in en – belangrijker – terug uit kon. Zij lag daarmee aan de oorsprong van het ontcijferen en becommentariëren van het gebouwde, en zij verhief daardoor het simpele bouwen tot architectuur. Als we Loos en Colomina mogen geloven, zouden architecten per definitie schrijvende architecten moeten zijn: het is het redeneren en het schrijven dat hun stiel verschillend maakt van de stiel van een bouwvakker.