In het Open Oproep-project voor de Cultuurfabriek in Izegem wordt een groot 20ste-eeuws industrieel complex omgevormd tot een verzamelgebouw waar een bibliotheek, een kunstacademie voor beeld en muziek en een gemeentelijk archief zullen samenhuizen. Het voorstel van BeL Sozietät für Architektur zet de verhouding tussen architectuur- en interieurontwerp op scherp.
In 1983 publiceerde bOb Van Reeth een lezing onder de titel ‘Het langdurige dat toeval mogelijk maakt en verbeelding’. In de tekst maakt hij een enigszins provocatief en hiërarchisch onderscheid tussen het werk van de binnenhuisontwerper en dat van de architect. “Het gebruik [van een gebouw] is kortstondig, zoals het leven kortstondig is. De inrichting die in functie van het gebruik, van het comfort wordt ontworpen, heeft per definitie een voorlopig en specifiek karakter. Gewoonlijk zal de architect ook hiervoor verantwoordelijk tekenen, maar zijn activiteit is dan die van een binnenhuisontwerper.”1 Van Reeth verwijt zijn collega’s te zeer met interieurinrichting en het kortstondige bezig te zijn. De architect zou zich volgens hem beter met de structurele componenten van de gebouwde omgeving inlaten. In de tekst legt hij de basis voor zijn opvattingen omtrent de ‘intelligente ruïne’. 1 Geert Bekaert (1983) Teksten van en over bOb Van Reeth, Gent : RUG. Faculteit Toegepaste Wetenschappen, p. 217