Men beweert wel eens dat de kracht van een ontwerper afneemt, naarmate hij of zij dichter bij de pensioengerechtigde leeftijd staat. Het vroege werk van Nouvel, Perrault, Gehry, Hadid, Koolhaas of Herzog en De Meuron fascineert, terwijl het latere werk al eens vragen oproept. Op een eigenzinnige manier gaat die bewering niet op voor Xaveer De Geyter Architects. Al dateren radicale en provocatieve projecten zoals het Europakruispunt, het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen, of After-Sprawl ondertussen uit een (ver) verleden, recent werk getuigt nog steeds van eenzelfde subversie. XDGA Architects viert dit jaar zijn 30ste verjaardag en toch ziet Xaveer de Geyter (°1957) weinig reden om stil te staan: ‘Ik heb geen tijd om terug te kijken, ik ga gewoon verder.’
Veronique Patteeuw – In 2004 gaf je een lezing in het Palais de Chaillot in Parijs. De toenmalige directeur, Francis Rambert, introduceerde je aan het publiek als een ‘architect-stedenbouwkundige’ met een fascinatie voor de stedelijke materie: ‘de stedelijke materie houdt hem bezig, prikkelt hem, windt hem zelfs op.’1 Hoe kijk je vandaag, bijna 20 jaar later, naar die uitspraak? Is de ‘stedelijke orde’ die je toen nastreefde, veranderd?