A+316
ULTRA+ FLEXIBILITY
Steeds meer architecten ontwerpen flexibele gebouwen met een vermogen zich aan te passen aan veranderende functies, gebruikersbehoeften en maatschappelijke ontwikkelingen. Een slim of open plan, een hybride typologie en demonteerbare systemen spelen hierin vaak een sleutelrol. Maar is dat wel een nieuw concept? Het gebruik van flexibele grondplannen, niet alleen in huisvestingprojecten maar ook in publieke gebouwen, is een terugkerend thema in de architectuurgeschiedenis, zo blijkt. Hoe worden dergelijke plannen toegepast, toen en nu, en hoe verouderen flexibele projecten? Wat vertelt bijvoorbeeld de grootschalige renovatie van het Centre Pompidou in Parijs ons vandaag over de betekenis van flexibiliteit in de architectuur? En staat flexibiliteit gelijk aan het bewust overdimensioneren van de structuur van gebouwen, opdat ze toekomstige programma’s zouden kunnen dragen? In A+316 onderzoeken we in welke mate deze flexibele gebouwen ook daadwerking duurzaam en toekomstgericht zijn, en welke architectuurtaal – anders dan onuitgesproken en generisch – we ervoor kunnen gebruiken. We vergelijken daarvoor enkele recent opgeleverde projecten en leggen de plannen en snedes van onder andere bOb Van Reeth, XDGA, Baukunst, Bruther en Office naast elkaar.