Van publieke gebouwen – van kantoren en scholen tot rechtbanken – vinden we het stilaan normaal dat de overheid een zekere architecturale kwaliteit eist. Diezelfde overheid bestiert echter ook veel utilitaire gebouwen, zoals bijvoorbeeld loodsen waar men zout voor strooidiensten opslaat. Voor zulke gebouwen lijkt niemand kwaliteit belangrijk te vinden. Het tegendeel is waar. Dat bewijst de zoutloods die Rgpa (Goffart Polomé architecten + Reservoir A) en Ney- Wow in Houffalize ontwierpen. Verbijsterend is helaas dat de overheidsdiensten zich na het vertrek van de ontwerpers inspanden om dat werk te verknoeien.

Een zoutloods dient om strooizout voor de wegen te stockeren. Daartoe volstaat een aan drie zijden afgesloten afdak van voldoende hoogte. Strooiwagens rijden in- en uit aan de vierde, open zijde. Dat vraagt wel een grote hoogte, zo’n 8 meter. Een afdak voor het gebouw is eveneens noodzakelijk, om aan de open zijde inslaande regen te vermijden. Meer moet dat niet zijn. Het lijkt geen opdracht waarmee je als architect veel eer kunt behalen. Voor de openbare offertevraag van het Waals Gewest voor het ‘Design and Build’ van zo’n loods in Fontenaille, een gehucht van Houffalize, daagden dan ook maar twee gegadigden op. Een ervan was de combinatie Rgpa (Reservoir A en Goffart Polomé Architectes), Ney-Wow (de afdeling houtstructuren van het ingenieursbureau Laurent Ney) en TS Construct.