Dankzij de volharding van de West-Vlaamse burgemeester van Izegem, beschikt de stad sinds kort over een theater. Het is een silhouet met een schitterend metalen schild geworden, een explosie in de omgeving. Een signaalfunctie heeft het zeker, beter nog: het is een echte spektakelmachine, met een monumentale vormentaal. Een realisatie van Samyn and Partners. Nu moet de plek enkel nog naam en faam maken.
Op de bevlogen vraag van de bouwheer realiseerde Philippe Samyn gezien het beperkte budget en de context – een oude stortplaats – ‘a mission impossible’. De architect van de Belgische onderzoeksbasis op Antarctica belooft dat hij de helft, in het beste geval driekwart, van de droom van de bouwheer zal kunnen realiseren. Uiteindelijk slaagt Samyn er toch in om aan de verwachtingen van de stad te voldoen. “Het is de bouwheer die de architectuur maakt, niet de architect,” zegt Samyn. Izegem bevestigt deze regel, want het is dankzij de volharding van de burgemeester dat het project slaagde. Maar zou de architect dan werkelijk slechts de bouwheer hebben gehoorzaamd? Dit zou betekenen dat de inbreng van de architect zeer beperkt bleef. Misschien weerspiegelt die gedachte wel het effectieve reilen en zeilen van verschillende politieke architectuurprojecten, vooral overheidsopdrachten.

Voor Izegem, een gemeente van 26.000 inwoners, is het programma ambitieus: een moduleerbaar theater, geïntegreerd in de omgeving en verbonden met een bestaand bejaardentehuis. Het onregelmatige weefsel, een patchwork van sportvelden en terreinen met een indeling die uit de middeleeuwen dateert, biedt geen ankerpunt om een nieuw volume te ontwikkelen. Samyn vertrekt dus vanuit het programma en genereert een absoluut symmetrisch gebouw met een solide basis, stevig in de grond verankerd. In het hart van deze dwingende figuur wordt de theaterzaal gepland. De axialiteit verrast, maar is onverbiddelijk.

Omwille van het beperkte budget kiest Samyn voor een industriële vormentaal. De gevelbekleding is van staal, geen aluminium “want dat is energievretend en slecht recycleer-baar,” aldus de architect, verdediger van ecologische waarden. In ontwerpfase gelijken de lijnen van de gegalvaniseerde mantel van het gebouw op een samoeraipak. Later werd, rekening houdend met de context, het ontwerp gereduceerd. Resultaat: de daklijn sluit precies aan op het gabariet van de zaal en het podium, elk met hun bijzondere schil. Verschillende schetsen getuigen van het rigoureus geleverde werk en vertellen over het ontstaan van dit voor Samyn ongewone silhouet: een golvende, aerodynamisch gedaante, waarvan het koetswerk doet denken aan de ‘Filature de Mulhouse’ van Claude Vasconi. In de blinde black box, gevouwen uit één materiaalsoort, werd een theater ondergebracht. De machinetypologie refereert aan de mechanische Sfinx van Fritz Lang in Metropolis, een beeld dat aan de achterkant nog versterkt wordt door de enorme toneeltoren. Vooraan zuigt de inkomhal de bezoekers naar binnen tussen de dichtgeknepen lippen van vloer en metalen mantel. Door de vervuilde bodem moest de inplanting van het theater zich aan de achterkant van het perceel losmaken van de Sint-Jorisstraat en zo ook van het bestaande bejaardentehuis. Samyn blijft echter zoeken naar een aansluiting: in schetsfase creëert hij golvende luifels die een watervlak omlijsten en reiken tot aan het tehuis. Het getekende grasoppervlak werd uiteindelijk opgehoogd en vormt een voorplein. Omdat de parking aan de zijkant is ingericht, kan deze 150 meter lange groenvlakte dienstdoen als buitentoneel voor feestelijkheden en evenementen.

Het theatergebouw heeft een regelmatig plan met lage zijbeuken. Aan de zuidkant zijn een biljartzaal en een danszaal ondergebracht, aan de noordkant een polyvalente zaal en lokalen die verband houden met het toneel, zoals loges en stockageruimtes. De centrale dikke betonkist van de grote zaal vangt de geluidstrillingen op, en isoleert de theaterzaal zo van de zijbeuken. Tussen de 11 meter brede dwarse overspanning van deze vide is plaats voor een uitschuifbare tribune. Deze flexibiliteit werd vereist in het programma van de wedstrijd, maar wordt uiteindelijk weinig benut. De houten binnenbekleding van Douglasspar creëert een warme sfeer en draagt bij tot een goede akoestiek. Zo wordt beantwoord aan het decreet dat de beperking van luchtvibraties oplegt. Die worden eveneens geabsorbeerd door een isolatie van 15 centimeter rotswol die op de buitenschil aangebracht is.

Izegem staat bekend om zijn vroegere schoennijverheid, en dus doopte de stad het theater ‘De Leest’. Het gebruik van staalplaat verwijst enigszins naar dit oude ambacht. Criticasters vinden echter dat het gebouw, waarvoor het budget ruimschoots overschreden werd, ‘op te grote voet leeft’. Het is nu aan de initiatiefnemers om met de geplande voorstellingen het publiek passend schoeisel te bieden.
Architect
Samyn and Partners
Website
samynandpartners.be
Project
De Leest
Plaats
Sint-Jorisstraat 64b, Izegem
Programma
Theaterzaal
Procedure
Wedstrijd
Opdrachtgever
Dexia Real Estate Banking
Stad Izegem
Stabiliteit
Samyn and Partners
Setesco
Bijzondere technieken
Samyn and Partners
FTI
Theatertechnieken
Stakebrand (mechanica)
EDF (elektriciteit)
Jezet-Seating (tribune)
Scenografie
Samyn and Partners
T.T.A.S.
Akoestiek
Samyn and Partners
Daidalos Peutz
Ruwbouw | sanitair
Flore
Elektriciteit
Vanden Berghe Electro
Veiligheid
W&B
Verwarming
Albert Desmet
Gevel
MSB
EPB
Vekmo
Asteria
Oppervlakte
2.700 m2
Oplevering
2009