In 2015 vormden de twee oprichters van Epoc architecture de drijvende kracht achter een cohousingproject in Brussel, waar zij hun sociale en architecturale visie op het leven in de stad konden verwezenlijken. Bijna vijf jaar later zullen zij en zeven andere gezinnen hun intrek nemen in het gebouw. Dankzij de samenwerking met de overheid als bemiddelaar en een doordacht, evolutief woonconcept is dit project uniek in Brussel.

Het gebouw, dat momenteel in aanbouw is, oogt robuust, met een modulaire structuur die doet denken aan een oude fabriek. Een indrukwekkend raster van bakstenen gevelelementen, afgewisseld met grote raamkozijnen, fungeert als dragende schil, waardoor de verdiepingen vrij blijven. Het gebouw is een knipoog naar de modernistische kantoor- en fabrieksgebouwen, juist vanwege de architectonische en functionele waarden van een vrije indeling. Achter deze rationele elementen herbergt het gebouw echter een zeer poëtische interpretatie van stedelijke woningbouw. De acht afzonderlijke appartementen op de verdiepingen beschikken elk over een brede buitengalerij – overdekt of als terras – die fungeert als bufferzone tussen binnen en buiten: leefzones zoals de Britse architecten Alison en Peter Smithson zich die voorstelden, aangevuld met 21e-eeuwse accenten zoals groen. Met twee appartementen per verdieping en één op de begane grond, elk met drie of vier slaapkamers en elk met drie buitengevels, is er veel aandacht besteed aan de levenskwaliteit. Een gemeenschappelijke tuin biedt een alternatief voor de alomtegenwoordige smalle stadstuintjes. Daarnaast beschikken de appartementen over een ruim collectief dakterras en een multifunctionele ruimte voor gezamenlijk gebruik door gezinnen. Met een veelzijdige ruimte van 50 m² op de begane grond willen de toekomstige bewoners een brug slaan naar de buurt, voor diverse doeleinden zoals huiswerkbegeleiding of een gemeenschapszaal. Met de vrije indeling, de modulaire structuur van de gevel en de galerijen anticiperen de architecten tevens op het evoluerende karakter van de stad en van de woningbouw. Niets belet dat het gebouw in de toekomst een andere functie krijgt, een andere indeling krijgt (aangezien geen van de binnenmuren dragend is, inclusief de scheidingswanden tussen de appartementen), dat ramen worden dichtgemetseld, vergroot of verkleind en vice versa, of dat de gemeenschappelijke functies worden gewijzigd.