Het Parc de la Senne, dat de natuurlijke grens vormt tussen de gemeenten Schaarbeek en de Stad Brussel, is niet zozeer een park als wel een langgerekte tuin. Een ‘promenade’ om te wandelen, te plukken en te tuinieren, maar dan wel in het volle zicht van het publiek. Het vormt de eerste schakel in de nieuwe Groene Kleine Ring ten noorden van Brussel.
Zoals de naam al doet vermoeden, ligt het park op de voormalige bedding van een van de zijrivieren van de Zenne. In de negentiende eeuw vestigden zich talrijke bedrijven, brouwerijen, wasserijen en industriële activiteiten rond deze kronkelende rivier die door Brussel stroomt. Het groeide uit tot een populaire wijk, gekenmerkt door een middeleeuws straten- en steegennetwerk. Vanwege onhygiënische omstandigheden, epidemieën en overstromingen werd dit deel van de Senne tussen 1931 en 1935 afgedekt. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw lag het onbebouwbare terrein tussen de woonblokken op de rivierbedding braak. De bodem was vervuild en het gebied raakte verwaarloosd en groeide weer dicht met wilde begroeiing.