De grens tussen de architectuur- en de kunstbiënnale van Venetië werd recent steeds vager. Ook dit jaar. In Minor Keys, naar een idee van de te vroeg overleden curator Koyo Kouoh, ziet kunst als een tegengif voor het geweld in de wereld. De huiselijke sfeer komt daarmee vaak expliciet in beeld als een plek van rust en zorg.

Beverly Buchanan (1940-2017) is een centrale figuur op de hoofdtentoonstelling van deze biënnale. Haar werk is de uitdrukking van de beelden, verhalen en architectuur van haar Afrikaans-Amerikaanse kindertijd. Hier is een ruime selectie te zien van haar tekeningen en maquettes en vele foto’s van haar installaties. Ze documenteren vaak de shacks die Afro-Amerikanen bouwden bij gebrek aan een woonlening. Boeiend zijn ook haar grafstenen en land art installaties voor vergeten mensen. Ook de Belg Philip Aguirre y Otegui exploreert in de hoofdtentoonstelling zo’n antropologisch-ruimtelijke thema’s met sterke beelden.

Ook in meerdere landenpaviljoenen gaat het over huisvesting. Verbluffend is Ruin, de installatie in het Duitse paviljoen. Ze spreekt over de ineenstorting van de DDR in 1990 én de littekens daarvan. De Vietnamees-Duitse Sung Tieu verbouwde het paviljoen met mozaïekpanelen tot een replica van een Plattenbau. Ze herinnert zo aan de ellendige wooncondities van buitenlandse arbeiders zoals haar ouders. In andere werken analyseert ze het onderliggende racisme. De installatie van de recent overleden Henrike Naumann (1984-2026) is daarnaast een indrukwekkende studie van verbanden tussen Duits design, traditionele houtsneden van huiskamers en politieke beeldcultuur, rondom een gescheurd ijzeren gordijn.



De Democratische Republiek Kongo staat dit jaar voor het eerst op de biënnale. De installatie in de Scuola Grande di San Marco is meteen een voltreffer. Het collectief MOKO, geleid door de filosofe Nadia Yala Kisukidi bracht negen kunstenaars samen onder het motto Saisis le Feu! Dat verwijst naar de Kongolese opvatting van het vuur, de zon en de smidse als plek van creatie, destructie en hergeboorte en zo ook naar de aard van het artistieke proces. De bekendste kunstenaar is Sammy Baloji, maar mij troffen vooral de onthutsende foto’s van mijnbouwactiviteit van Arlette Basjizi en de met rook en roet vervaardigde surrealistische doeken van Géraldine Tobe. De scenografie van de architect Johnny Leya van Traumnovelle is een werk op zich. Met buizenstellingen, golfplaten en zilveren gordijnen creëerde hij een binnenplaats of smidse die de opzet van het paviljoen treffend verbeeldt.

Veel paviljoenen beoefenen een vorm van treurarbeid over verdwenen omgevingen. Het Sloveense collectief Nonument documenteert zo sporen van het geweld in de regio. De kanten replica van een verdwenen woning van Sumakshi Singh evoceert in het Indische paviljoen hartverscheurend hoe een cultuur verzwindt als huizen verdwijnen. De brutaalste architecturale ingreep is echter die van Dries Verhoeven op het Nederlands paviljoen van Gerrit Rietveld. Hij verbouwde het met stalen stellingen en rolluiken tot een gesloten, pikdonker fort, als symbool voor de xenofobie van ‘Fort Europa’.

When until 22 November 2026
Where Venice
Infos labiennale.org