Consumptiedenken is overal. Zelfs woningen zijn consumptieproducten geworden. Een van de mensen die daartegen hun stem verheffen, is Gilles Perraudin. Hij wil een eind maken aan het ‘architecturale bloedbad’, zoals hij het noemt, door te doen wat je ook bij andere consumptiegoederen kunt doen: ingrijpen in het fabricatieproces. Dat doet hij zelf heel consequent. A+ en BOZAR nodigen hem uit voor een lezing hieroverop 6 februari.
Gilles Perraudin is gefascineerd door vernaculaire architectuur en gaat naar eigen zeggen “onafhankelijk en experimenteel” te werk, los van de platgetreden paden, onder het motto “gesitueerde architectuur maken in een wereld die steeds verder van zijn wortels verwijderd is”. Het buitenspel zetten van de officiële netwerken is nochtans geen doel op zich: “Bij mij geen ideologie, maar pragmatisme.” Dat laatste houdt in dat hij een duidelijk onderscheid maakt tussen lokale bevoorrading en energiebesparing. Het is niet omdat je lokale materialen gebruikt, dat je het milieu respecteert. Perraudin leerde het tot zijn eigen scha en schande toen bleek dat de koolstofbalans voor vervoer van steen van Corse-du-Sud naar Haute-Corse negatiever uitviel dan wanneer de steen vanuit Frankrijk was gekomen. Niet alleen de afstand speelt een rol, maar ook – en vooral – de voetafdruk van het materiaal en de wijze van transporteren. Vandaar Perraudins voorkeur voor natuurlijke materialen, want doordat de grondstof niet bewerkt wordt, is de balans zeer gunstig. Hij is die materialen steeds systematischer gaan gebruiken sinds 1998, het jaar van de inhuldiging van het wijnpakhuis van Vauvert, waar het gebruik van massieve steen vanzelfsprekend lijkt.