Lockdown. Avondklok. Samenscholingsverbod. Krijtcirkels. Bubbels.

Door de coronacrisis stond de publieke ruimte zwaar onder druk. Plots werd ze ontheven van haar intrinsiek openbaar karakter: haar vanzelfsprekende toegankelijkheid en toe-eigening, altijd, overal en voor iedereen. Het verplichte thuiswerken, het reisverbod, de sluiting van de horeca en de daaruit voortvloeiende collectieve wandelkoorts maakte eens te meer duidelijk hoezeer wonen, werken, ontspannen – kortom leven – alleen bij gratie van kwalitatieve publieke ruimte gebeurt.