Door de uitbraak van het coronavirus zijn alle blikken gericht op de zorgsector. Plots beseft iedereen dat we zonder verplegers, artsen, medewerkers in zorgcentra en onderzoekers totaal hulpeloos zijn. Het zijn de hulpverleners en zorginstellingen die het land – letterlijk – in leven houden. Toch wordt in België al jarenlang bespaard op zorg. De gevolgen hiervan zijn ook fysiek meetbaar in de architectuur van het type zorginstellingen – ziekenhuizen, woon-zorgcentra, psychiatrische instellingen – dat de laatste jaren gebouwd wordt. Afdelingen worden geschrapt wegens niet renderend genoeg, kleinere entiteiten verdwijnen of fusioneren met andere, met als resultaat steeds grotere en efficiëntere zorgfabrieken waar de menselijke schaal verloren gaat.
Hoe langer je in een zorginstelling verblijft, hoe belangrijker die menselijke schaal of het daaraan gekoppelde gevoel van geborgenheid wordt. Bij een lockdown of als je in quarantaine wordt geplaatst, is de kwaliteit van de ruimtelijke omgeving nog belangrijker. Daarom hebben we het in dit nummer niet over de vele nieuwe, hoogtechnologische en levensnoodzakelijke ziekenhuisinfrastructuur die in ons land verrees, maar over de plekken van lange duur, waar patiënten bewoners worden. Instellingen waar mensen niet zozeer komen om te genezen, maar om begeleid en ondersteund te worden in hun leven – en soms ook in hun levenseinde. Zorgcentra waar mensen uit de risicogroep wonen voor wie het virus dodelijk kan zijn, maar die anderzijds ook het sterkst lijden onder de gevolgen van afzondering ten gevolge van de lockdown.