Collectieve huisvesting is niet hetzelfde als coöperatieve huisvesting, en omgekeerd, maar toch worden beide begrippen vaak in één adem genoemd. De woningcoöperatie biedt immers het ideale beheersmodel om op een eenvoudige manier een aantal ruimtes binnen een woonproject te delen. Een coöperatie kan eenvoudig worden opgericht door een groep mensen of bewoners. De bewoners van een woonproject kunnen aandeelhouder worden van de coöperatie en ontvangen in ruil daarvoor een woonrecht. Zij betalen vervolgens een maandelijkse huur tegen kostprijs. Als eigenaar garandeert de coöperatie het beheer van het project (en de gemeenschappelijke ruimtes) op lange termijn, en worden de bewoners als coöperatieleden betrokken bij het ontwerp en de exploitatie van het project. Op deze manier vormt de coöperatie een middenweg tussen de vereniging van mede-eigenaars en het huurdersmodel, en dit model komt steeds meer naar voren als alternatief.
Ook lokale overheden in Vlaanderen beseffen steeds meer dat zij niet alle woonprojecten aan projectontwikkelaars of de particuliere markt kunnen overlaten, en dat zij op zoek moeten gaan naar een alternatief. Een coöperatie heeft het voordeel dat zij geen rendement op de investering hoeft te behalen en op korte en lange termijn meer betaalbare woningen (tegen kostprijs) kan garanderen. Bovendien voorkomt zij speculatie op de grond of het gebouw, waardoor zij op langere termijn kan denken. Helaas zijn er nog steeds enkele juridische en fiscale problemen die het minder aantrekkelijk maken om in ons land een woningcoöperatie op te richten, maar het is zeker niet onmogelijk. Recente coöperaties in Vlaanderen, zoals wooncoop, Oak Tree Projects en Collectief Goed, zijn de eerste voorbeelden.