Woonarchitectuur is zowel een weerspiegeling als een verankering van de genderverhoudingen. De private en openbare sferen en hun gendergerelateerde invulling maakten reeds een hele evolutie door. En ook al is de relatie tussen ruimte en gender minder afgetekend, toch blijft zij nog altijd sterk aanwezig en is gelijkheid op het vlak van wonen nog geen verworven feit.
Onze dagelijkse omgeving is doorspekt met gendergerelateerde verwijzingen en stereotypen. In metroreclames, in de aparte toiletten, op de speelplaats… overal zijn er symbolen die ons vertellen hoe we ons moeten gedragen. Als we deze begrippen echter toepassen op architectuur, dan lijkt het erop dat gender ophoudt met te bestaan. Zoals Mark Wigley het zei in 1992 met betrekking tot gender en architectuur, zou men kunnen stellen dat architectuur “duidelijker wordt gedefinieerd door wat zij niet zegt dan door wat zij zegt.”