Het zeventiende Vlaamse Architectuurboek verschijnt op een pijnlijk moment: terwijl VAi-directeur Dennis Pohl in een opmerkelijke bijdrage analyseert hoe de autonome architectuurcultuur in Vlaanderen geleid heeft tot een baukultur die architectuur erkent als maatschappelijke noodzaak, wordt het VAi midscheeps getroffen door zware budget cuts. Dat was niet bekend toen het boek in de maak was, maar de sombere toon erin is treffend, met slechts enkele lichtpunten.
De architectuurboeken van het VAi willen telkens een stand van zaken opmaken van de architectuurproductie in Vlaanderen en aan de hand daarvan ook peilen naar onderliggende trends en inzichten. Zo kwam in het vorige jaarboek de precaire staat van het beroep sterk op de voorgrond. In het nieuwe Architectuurboek signaleert een groep jonge auteurs dat de Orde van Architecten daar stilaan gehoor aan geeft, al is er nog een lange weg te gaan.
In de inleiding stellen Petrus Kemme en Dennis Pohl echter dat de autonomie van achitectuur steeds meer een fictie blijkt. De wrijving met de context bepaalt te sterk, en almaar meer, de productie. ‘Architectuur [is] minder de realisatie van singuliere visies dan de tijdelijke stabilisatie van wedijverende krachten.’ De jury voerde dan ook verhitte discussies over architectuurkwaliteit vandaag. De achttien kritische bijdragen in het boek reflecteren minstens zo sterk over processen en werkkaders, als over de gebouwen zelf.
Enkele essays behandelen bekende thema’s, zoals de struikelblokken op weg naar een innovatieve of circulaire bouwpraktijk. Andere behandelen specifieke contexten of programma’s, zoals scholen, sociale woningbouw of de vraag wat een ‘dorpse’ architectuur zou kunnen zijn. Enkele bijdragen focussen op de institutionele context van de baukultur. Maarten Van Acker wijst op de uitdagingen voor een instituut als de bouwmeester, terwijl Dennis Pohl de geschiedenis van architectuurcultuur en baukultur in Vlaanderen toetst aan internationale ontwikkelingen. Hülya Ertas onderzoekt de plaats en rol van architectuurtentoonstellingen in een woelige politieke en sociale context.
Daarnaast zijn er uiteraard de projecten. De meeste werden al besproken in A+. Hier worden er acht uitgelicht omdat ze raken aan meerdere issues die de auteurs belangwekkend lijken. Usquare van evr-architecten, BC Architects & Studies, Callebaut Architecten bleek het enige project dat unaniem op bijval van de juryleden kon rekenen. Daarnaast worden 55 projecten — soms te — summier toegelicht, vaak binnen een kritische beschouwing rond een specifiek thema. Van een eigenlijke projectkritiek is zo nauwelijks sprake. Dat is, in het licht van eerdere bevlogen pleidooien voor architectuurkritiek, een wat gemiste kans. Het neemt niet weg dat het boek overtuigend aantoont dat de architectuurpraktijk in Vlaanderen vandaag op een kantelmoment staat door alle sociale en ecologische problemen die op ons afkomen.


Architectuurboek Vlaanderen N°17 Cultuur • Bouwen, redactie VAi, Antwerpen, 2026. ISBN 978 94 9256 744 4. Ook verkrijgbaar in het Engels.