In het zuiden van Brussel boetseerde BOB361 een aantrekkelijk verborgen buurtje in het hart van een eerder gesloten bouwblok. Die gebouwen plooien zich, gebruikmakend van een verscheidenheid aan bekende ruimtelijke typologieën, in en rondom een nieuw ontgonnen publiek domein. Op dat domein vormen duurzame inrichtingsprincipes, ecologische inclusiviteit en een geschakeerde overgang tussen publiek en privaat de hoofdmotieven.
Het openbreken van het bouwblok, dat ligt ingeklemd tussen twee drukke en onaangename steenwegen, legt een voorheen afgeschermd binnenwerk bloot door het blok te doorsnijden met een nieuw voetgangersdomein. Hierdoor ontstaat een nieuwe en aangename (semi)publieke luwte waarbinnen voor- en achterkanten niet altijd meer van elkaar te onderscheiden zijn. Dat maakt de nieuwe ruimte plaatselijk moeilijk leesbaar, maar juist waar nieuwe toegankelijkheid raakt aan restruimten en achtertuinen ontstaan verrassende (en ook beloftevolle) ontmoetingen tussen oud en nieuw.