Zijn flexibele gebouwen herkenbaar? Flexibele architectuur symboliseert meer dan aanpasbaarheid en heeft vaak een eigen vorm en esthetiek.

Flexibiliteit is de koortsdroom van de architect. Koorts is het gevolg van strijd. Wie mikt op flexibiliteit, probeert greep te krijgen op wat onvoorspelbaar is. In die zin gaat het om een verheviging van het projectmatige karakter dat elk ontwerp eigen is. Dit is wat Alan Colquhoun erover schreef in 1977, in een tekst over het Centre Pompidou: ‘De filosofie achter de notie van flexibiliteit is dat de vereisten van het moderne leven zo complex en veranderlijk zijn dat elke poging van de ontwerper om op die veranderingen te anticiperen, resulteert in een gebouw dat ongeschikt is voor de eigen functies en dat daarom, als het ware, een “vals bewustzijn” vertegenwoordigt van de samenleving waarin de ontwerper werkzaam is.’