Het belang van het redden van en een tweede leven geven aan materialen uit voor sloop bestemde gebouwen kan onmogelijk nog worden onderschat. Maar die materialen zijn slechts het topje van de ijsberg. Als het gaat om CO2-reductie is het behoud van de gebouwen zelf veel doorslaggevender. Het is duidelijk dat Brussel toe is aan een volgende stap in de shift naar hergebruik: die van het behoud van gebouwen zelf, of op zijn minst van hun betonnen structuur. Steeds meer en steeds grootschaligere projecten werken met hergebruik en laten zien dat circulaire architectuur in Brussel niet langer een nicheactiviteit is. Ze staat misschien nog in de kinderschoenen, maar het is de bedoeling dat circulariteit mainstream wordt.
In 1555 liet kardinaal de Granvelle in hartje Brussel een elegant stadspaleis bouwen. Door de eeuwen heen werd het gebouw verschillende keren gerenoveerd, tot het in 1931 plaats moest ruimen voor de aanleg van de Noord-Zuid-treinverbinding. Op een historische foto van tijdens de sloop van het paleis is te zien hoe de reeds weggenomen bouwmaterialen gesorteerd klaarliggen voor hergebruik. Wie goed kijkt, ziet ook een klein bord met daarop ‘façade à vendre’. Inderdaad, de gevelelementen van het Palais Granvelle werden te koop aangeboden. Ze werden aangekocht om te worden gebruikt in het nieuwe gemeentehuis van Sint-Pieters-Woluwe, maar dat gebeurde uiteindelijk niet, waarna ze opnieuw werden verkocht, voor een zuilengalerij op een Brussels kerkhof en aan verschillende privépersonen. Circulair bouwen avant la lettre?