De Belgische architectuurwereld kent een bloeiende wedstrijdcultuur. Sinds de creatie van het instituut van de Vlaams Bouwmeester in 1999 ontwikkelde zich een waaier aan procedures die de kwaliteit van de gebouwde omgeving moeten bevorderen. Het is in België bijna vanzelfsprekend dat wedstrijdprocedures opdrachtgevers sterk stimuleren en onder andere jonge bureaus kansen bieden om zich te onderscheiden in nieuwe ontwerpopgaven. Maar hoe kijken buitenlandse architectenbureaus naar de selectieprocedures van de Vlaamse en Brusselse Bouwmeester en de Cellule Architecture van de Fédération Wallonie-Bruxelles? In dit artikel geven we het woord aan Mechthild Stuhlmacher van Korteknie Stuhlmacher uit Rotterdam, Steven Bates van Sergison Bates uit Londen, Mathieu Berteloot van Hbaat uit Rijsel, Hideyuki Nakayama uit Tokyo, Ido Avissar van List uit Parijs, en Kjetil Thorsen van Snøhetta uit Oslo.

In de publicatie Meer dan een wedstrijd, ter gelegenheid van het twintigjarige bestaan van de Open Oproep, schreef Maarten Liefooghe dat er vanuit het buitenland met bewondering wordt gekeken naar de Belgische wedstrijdcontext. Liefooghe citeerde het tijdschrift L’architecture d’aujourd’hui dat de wisselwerking tussen de verschillende actoren (opdrachtgevers, bouwmeesters, ontwerpers) als een kunst beschouwt die de kwaliteit van projecten garandeert, van wedstrijd tot werf. Toch wordt er ook regelmatig en vanuit verschillende hoeken kritiek geuit op de bestaande wedstrijdformules. De huidige Vlaamse Bouwmeester Erik Wieërs gaf onlangs aan dat het toekomstbestendig maken van instrumenten zoals de Open Oproep een uitdaging vormt, zowel op juridisch vlak, bij het afwegen van de beoordelingscriteria, als bij het creëren van draagvlak bij de burgers. Ook vanuit het perspectief van architecten hebben wedstrijden een evolutie doorgemaakt. Wedstrijdontwerpen worden steeds vaker gemaakt door multidisciplinaire ontwerpteams, en de wedstrijden van de Brusselse en de Vlaamse Bouwmeester en de Cellule Architecture tonen talrijke samenwerkingen tussen Belgische en buitenlandse ontwerpers. Liefooghe schreef in deze context over “de opgang van transnationale samenwerkingen” en wijst op het groeiende aandeel van buitenlandse deelnemers aan de Open Oproep.
Voor deze bijdrage vroegen we het team van Erik Wieërs (BWMSTR), Kristiaan Borret (BMA) en Thomas Moor (FWB Cellule architecture) een overzicht van buitenlandse bureaus die als laureaat uit een wedstrijd kwamen. We selecteerden daaruit zes diverse buitenlandse architectenbureaus en vroegen hen te reflecteren over hun ervaring met het architectuurbeleid in België. Korteknie Stuhlmacher (NL) stond onder andere in voor de bibliotheek Predikheren in Mechelen (Open Oproep 2213) en realiseert nu de woningen Klein Eiland Citygate II in Anderlecht (Oproep BMA); Sergison Bates (UK) bouwde reeds een rijke ervaring op in de Belgische context met onder andere de Podiumkunstensite in Leuven (Open Oproep 3501) en Kanal Pompidou in Brussel (Oproep BMA); Hbaat (FR), dat regelmatig samenwerkt met de Belgische bureaus Ouest en V langs beide kanten van de landsgrenzen, stond in voor de bouw van de crèche d’Habay la Neuve in Martelange en werkt nu samen met Ledroit Pierret Polet en Pigeon Ochej aan het Centre Sportif haut niveau La Sapinette in Bergen (beide via de marché d’architectures van FWB Cellule Architecture); List (FR) en Hideyuki Nakayama (JP) realiseerden samen het Frans Masereel Centrum in Kasterlee (Open Oproep 2606) en het woonzorgcentrum De Wimilingen in Wommelgem (Open Oproep 3504); en Snøhetta (NO) deed als internationaal gerenommeerd bureau een eerste ervaring op in de Belgische context met de renovatie van het Muntcentrum in Brussel, in samenwerking met Binst Architects.
We peilden naar hun motivatie om deel te nemen aan een wedstrijd in België, en we vroegen hen naar de specifieke kwaliteiten van de Belgische wedstrijdprocedures. We waren benieuwd naar de impact van het winnen van de wedstrijd op hun architectuurpraktijk, en naar wat de Belgische architectuurwereld volgens hen bijzonder maakt, maar we vroegen hen ook om suggesties te formuleren die de bestaande instrumenten zouden kunnen versterken.