Toolbox Dorpenbouw is het vervolg op Toolbox Dorpse Architectuur, met deels dezelfde auteurs. Het lost de vraag naar wat het Vlaamse dorp ooit was, waarom we eraan zouden moeten vasthouden en hoe het kan uitgroeien tot een dorpse idylle 2.0 evenmin beslissend op, maar biedt wel interessante inzichten in de historiek van het dorp en vult die aan met inspirerende voorbeelden.
Een dorp is een samenklontering van woningen in een ruraal landschap met een gemeenschappelijke plek zoals een kerk of een deelweide. Uit die omschrijving leiden de auteurs drie definities af van een dorp. Het is een ruimtelijke figuur, een specifieke sociale ruimte én een nostalgisch ideaalbeeld van een plek waar het goed leven is. Ze beseffen uiteraard dat dit ideaalbeeld historisch zelden klopt, en vandaag vaak fictie is. Toch menen ze dat die fictie beslissingen over de inrichting van een dorp ten goede kan sturen.
Nu de ca. 1200 dorpen in Vlaanderen in snel tempo verdichten met stedelijke woonvormen als appartementen is dat beeld volgens hen een hefboom om het beter te doen. De verdichting levert immers ook het kapitaal voor verbeteringen aan de publieke ruimte, het waterbeheer of de relatie met de omliggende landbouw- en natuurgebieden. Het boek wil daaraan bijdragen met een begrippenapparaat en een rist goede praktijkvoorbeelden. Dat de nood hoog is bewijzen de – naar mijn gevoel – deprimerende dronebeelden van Pieter Rabijns. Het Vlaamse dorp verschijnt daar als een oeverloze sprawl van villa’s en infrastructuur.
De ‘Kleine Atlas van het Dorp’ in het boek verklaart alvast helder de diversiteit aan dorpse figuren in Vlaanderen. De atlas illustreert ten eerste de band met het landschap. Die is heel anders in de polderstreek dan op het Kempisch plateau. Ze toont ook de impact van de ontstaansgeschiedenis van een dorp. De auteurs onderscheiden acht types, van de typische middeleeuwse figuur van een dorp rond een kerk tot het 19e-eeuwse koloniedorp of het recente verkavelingsdorp. Aan de hand van één voorbeeld illustreert dit deel ook hoe dorpen ‘explodeerden’ vanaf WO II maar zonder de specifieke politieke keuzes die daartoe leidden en als bekend niet goed uitpakten te vermelden.
De crux van het boek is de vraag hoe je dan toch het ideaalbeeld van het dorp 2.0 kan realiseren en verzoenen met actuele bekommernissen als zorg voor natuurlijke diversiteit of waterbeheer en ontharding. Ook de vraag naar sociale cohesie staat op de agenda. Dat doen de auteurs aan de hand van inspirerende voorbeelden rond vijf thema’s. Die behandelen de band met het landschap, oplossingen voor (auto-)mobiliteit, gemeenschapsleven en (politieke) participatie.
Het boek besluit met citaten van een onderzoekers rond dezelfde thema’s. Tussen de regels door klinkt daar het besef dat architectuur en stedenbouw veel kunnen bijdragen, maar dat “Not all problems can be solved!”. Het boek zwijgt ook angstvallig over de hardnekkige realiteit van een gejuridiseerde stedenbouwkundige wetgeving. Het heeft zo soms eerder iets van een vrome wens dan van een toolbox.

Toolbox Dorpenbouw, Ward Verbakel, Karl Catteeuw, Edith Wouters, Els Demeestere, Joeri De Bruyn; Public Space Mechelen 2026. ISBN 9789491789458. Richtprijs 35€.