Wat is het nut van kunst in de publieke ruimte? Ze verrijkt de beleving van de gebruikers van die ruimte, en brengt een vruchtbare dialoog op gang tussen alle belanghebbende partijen – overheden, bouwheren, architecten, kunstenaars en publiek. Althans, in theorie. Want al te vaak blijven zulke projecten een verplicht nummertje, zonder veel visie of ambitie. Om kunst eindelijk écht te integreren in de publieke ruimte, moet het wetgevende kader grondig worden hervormd, en moeten architecten en bouwheren worden uitgedaagd om de kruisbestuiving met volle goesting te omarmen.

Om het te hebben over kunst in de (semi)publieke ruimte, is het belangrijk aan te stippen hoe divers enerzijds het kunstenveld en anderzijds de verschijningsvormen van publieke ruimte zijn. Beeldende kunst is een uiterst dynamisch gegeven geworden, dat eender welke vorm kan aannemen, en zelfs geen enkele fysieke verschijning meer hoeft te hebben1. Publieke ruimte is net zo: het scala aan nuances dat zich tussen volledig publiek terrein en volstrekt private ruimte bevindt, is eindeloos. De condities waarin de kunstprojecten moeten bestaan, zijn bijgevolg ook werelden apart. Van de eerder intieme sfeer in een woon-zorgcentrum tot een druk, stedelijk plein: de sociale randvoorwaarden alleen al maken beide interventies onvergelijkbaar. 1 “Ideas alone can be works of art. All ideas need not be made physical. A work of art may be understood as a conductor from the artist’s mind to the viewer’s. But it may never reach the viewer, or it may never leave the artist’s mind.”