Van oktober 2024 tot februari 2025 liep de tentoonstelling The urban villa / From speculation to cooperation’ van DOGMA (Pier Vittorio Aureli en Martino Tattara) en VAi in DeSingel, Antwerpen. Ze verdedigde de stelling dat de urban villa, een van oorsprong speculatief bouwtype, zich door zijn planvorm en constructiewijze uitstekend leent voor radicaal collectieve woonvormen. De publicatie die volgde op de tentoonstelling verdedigt diezelfde stelling met een weelde aan plannen en teksten.

Urban villas genoten vanaf de 19e eeuw in Europese steden een groeiende populariteit als een type dat de illusie van een vrijstaande suburbane woning in het groen verzoent met een kleine grondbezetting. Zo bood men stijgende grondprijzen in steden het hoofd. Zo’n villa’s zijn een compacte versie van een type dat al in de Romeinse tijd ontstond maar vooral vanaf de 15e eeuw tot ontwikkeling kwam. Doorgaans heeft zo’n villa een geblokte vorm, met een centrale trappenpartij, zodat de appartementen op de etages volop genieten van licht en lucht, vaak met ruime balkons.

In het eerste deel van het boek schetst DOGMA deze evolutie aan de hand van historische voorbeelden. Het oudste is de villa Medici in Fiesole (IT) van Michelozzi en Alberti. De jongste voorbeelden, van EM2N of Atelier Kempe-Thill, dateren uit de jaren na 2000. Dat overzicht laat zien hoe breed inzetbaar dit type is. Het werd zo ook vaak toegepast in sociale woningbouw. Elk project wordt voorgesteld door een gedetailleerde axonometrie van het gebouw in zijn context en een typisch grondplan.

The urban villa / From speculation to cooperation beoogt echter meer dan een historische schets. Een woningtype, zo stelt DOGMA, is immers de expressie van economische en politieke krachten. Vandaag verheffen die privébezit en het kerngezin tot norm, ten koste van samenwonen met meerdere generaties en gezinnen. Toch was dat  in pre-kapitalistische tijden eerder regel dan uitzondering. Zo’n collectieve woonvorm biedt vooral kwetsbare mensen een sterker netwerk en dus ook betere levenskansen. Volgens DOGMA leent het type van de urban villa zich daar uitstekend toe. De essentie ervan is immers dat de dragende wanden zich concentreren tot de muren rond de centrale circulatiekern en de buitengevels. Dat laat met beperkte kosten een vrije planvorming toe.

DOGMA illustreert dat aan de hand van concrete ontwerpen. Het radicaalste voorstel is de Communal Villa (2015, Berlijn). De buitenrand van de vier dubbelhoge bouwlagen bestaat uit identieke, dubbelhoge cellen voor één of twee personen met badkamer, slaapkamer en eigen werkruimte. Alle andere voorzieningen, van keukens tot ateliers, crèches en zelfs een zwembad bevinden zich in de centrale, van bovenuit verlichte ruimte.

DOGMA onderzocht ook de mogelijkheid om dit type van collectieve huisvesting in Antwerpen te voorzien, bijvoorbeeld in Europark op Linkeroever. Aan die projecten gaan in het boek vijf interviews vooraf met deskundigen op het gebied van huisvesting zoals Nicolas Bernard, Marta Maliverni, Geert De Pauw en Gert Eyckermans maar ook een ervaringsdeskundige als Anita Palumbo. Ze werpen een scherp licht op de vele struikelstenen, ideologisch en qua regelgeving, die de opkomst van collectieve woonvormen in België beletten. The urban villa is daardoor meer dan een prachtig geïllustreerd historisch overzicht. Het daagt architecten uit om de verzwegen ideologische aannames van klassieke planvormen te onderkennen. Het daagt ook beleidsmakers uit om de nefaste impact van veel regelgeving op collectief wonen onder ogen te zien.

The urban villa / From speculation to cooperation, DOGMA (Pier Vittorio Aureli, Martino Tattara en medewerkers). Vai en Black Square, Antwerpen, 2025. Soft cover, 245 p. ISBN 9788894030655. Richtprijs 34 €.

Dogma : Urban Villa, Flanders Architecture Institute 2024 © Robbrecht Desmet