De Zwitserse scenograaf Adolphe Appia (1862-1928) is weinig bekend onder architecten, maar ook in de theaterwereld bleef hij lang een illustere onbekende. Toch waren zijn ontwerpen en theoretische teksten over scenografie revolutionair: hij verruilde de illusionistische decors van de 19e eeuw voor architectonische, suggestief verlichte driedimensionale decors. In The Appian Way – Adolphe Appia and the scenography of modern architecture betoogt Ross Anderson, hoogleraar aan de Sydney University, dat zijn werk architecten als Mies van der Rohe en Le Corbusier inspireerde. Echte bewijzen draagt hij niet aan, maar zijn beeldmateriaal toont wel overtuigend de gelijkenissen.
Appia werd geboren in Genève in een orthodox calvinistisch gezin. Zodra hij de kans zag ging hij in het buitenland muziek studeren. Daar kwam weinig van terecht: hij ontdekte zijn homoseksuele aard, leidde een losbandig leven en raakte in een diepe depressie. Sindsdien leefde hij grotendeels als een heremiet, en vatte een grote passie op voor het Wort-Ton-Drama van Richard Wagner. De scenografie van de uitvoeringen van Wagner-opera’s stelde hem echter telkens weer diep teleur. Appia was ervan overtuigd dat de scenografie met licht en ruimte een sfeer moet oproepen in navolging van de muziek, zonder het verhaal letterlijk te illustreren. Hij werkte jaren lang aan een zo’n alternatieve scenografie van de Ring des Nibelungen, en schreef er ook gezaghebbende teksten over, maar Cosima Wagner, de reactionaire weduwe van de componist, wimpelde hem botweg af. Ze had ongelijk: na WO II zou haar kleinzoon Wieland de inzichten van Appia op een halfbakken manier realiseren.

Het fundamentele inzicht van Appia is dat een abstracte scenografie de verbeelding van de kijker prikkelt. Die moet driedimensionaal zijn, omdat ze zangers tot reële interactie dwingt Ze worden mensen van vlees en bloed in plaats van zingende poppen. Inspiratie voor zijn decors haalde Appia vooral uit de Griekse Oudheid: imposante, abstracte trappenmassieven, zware kolommen en cipressen die baden in een suggestief spel van licht en schaduw zijn de basiselementen van zijn tekeningen met houtskool, potlood en witte pastel op gekleurde vellen papier. Vernieuwing ging voor Appia dus samen met een terugblik naar stralende voorbeelden uit het verleden.
Zijn carrière kreeg een nieuwe start door de samenwerking met de Zwitserse muziekpedagoog Emile Jacques-Dalcroze, . Appia zag de parallel tussen zijn inzichten en diens euritmie, een muziekpedagogie gebaseerd op het natuurlijke lichamelijke gevoel voor ritme. Toen Jacques-Dalcroze in Hellerau, bij Dresden, een podium kreeg in de Bildungsanstalt – het cultuurcentrum avant la lettre ontworpen door Heinrich Tessenow – kreeg ook Appia’s werk internationale uitstraling. Hellerau was tussen 1911 en 1914 immers het stralende middelpunt van de progressieve Europese culturele scène. Appia ontwikkelde voor dat gebouw een revolutionaire lichttechniek. Hij kwam daarbij zo dicht als toen technisch haalbaar was bij zijn ideaal van een achtergrondlicht dat de stemming bepaalt. Het zou pas na WO II een basistool worden onder progressieve theatermakers.

Het oeuvre van Appia prefigureert zo zeker de abstractie die na WO I de modernistische architectuur bepaalde. Niet voor het eerst liep een scenograaf zo voorop in architecturale vernieuwingen. De Renaissance en Barok wemelen van de voorbeelden daarvan. Bovendien passeerden velen modernisten, waaronder Le Corbusier, Mies van der Rohe en Walter Gropius, meermaals ter plaatse in de korte bloeiperiode van Hellerau. Het is ook onmiskenbaar dat hun vernieuwingen, net als die van Appia, legitimatie vonden in antieke voorbeelden. Enkele ontwerpen van Le Corbusier, zoals het dakappartement van Charles de Beistegui in Parijs, de kapel van Ronchamp of de kerk van het klooster van La Tourette vertonen zelfs verbijsterende overeenkomsten met tekeningen van Appia. Of er van een directe invloed sprake is kan de auteur echter niet hard maken. Hij compenseert dat door soms al te wijdlopige uitweidingen over hun werk. Hij geeft zo wel, aan de hand van het oeuvre van Appia, een inzicht in het fascinerende scharniermoment van de periode voor en na WO I, toen de cultuur afscheid nam van de letterlijke en figuurlijke illusies van de negentiende eeuw.
The Appian Way / Adolphe Appia and the Scenography of Modern Architecture, Ross Anderson, 2025, Bâle, Park Books. Hardback, 436 p. ISBN 978-3-03860-405-1. Prix environ 50,9 €.