Op 7 mei presenteerden Gideon Boie en Lieven Decauter in de Beursschouwburg in Brussel de essaybundel THE ACTIVIST CITY / Essays on Political, Urban and Architectural Activism. Twee weken later overleed Boie. Dit pleidooi voor een stad voor iedereen is daardoor een geestelijk testament. Het bewijst bovendien dat architecturaal activisme niet alleen mogelijk en wenselijk is, maar stilaan de norm wordt.
In het eerste deel van het boek duiden de auteurs activisme als een positieve daad, een actie voor betere levensomstandigheden voor allen. Ze beroepen zich daarbij o.m. op Jacques Rancières idee dat politiek draait om het uitzonderlijke moment waarop groepen zonder inspraak hun stem verheffen. Een recent voorbeeld zijn de schoolstakingen die Greta Thunberg hield om een stem te eisen in het debat over klimaat. Dat kinderen dat deden veranderde het debat en de samenleving. Al vanaf die eerste essays merk je dat de auteurs hun gedachten zo helder en begrijpelijk mogelijk noteren, zonder in simplismen te vervallen. Het is een boek voor iedereen. Dat is ook zo in de volgende essays: ze helderen verwante thema’s op zoals de betekenis van ‘Commons’. De stad, de polis, als kraambed van de politiek, is het vanzelfsprekende referentiepunt van al deze essays. Deel II, Forms and Constellations of Activism, articuleert hoe activisme in de stad verschijnt. De auteurs zien drie basisfiguren. De eerste is de politieke actie: betogingen, bezettingen of acties van burgerlijke ongehoorzaamheid. Die hebben niet per se betrekking op het reilen en zeilen van de stedelijke samenleving zelf. Stedelijk activisme, de tweede figuur, daarentegen wil door specifieke acties het stedelijk weefsel zo veranderen dat genegeerde groepen er een plaats krijgen. Als vanzelf gaat het dus ook over de strijd voor meer convivialiteit in de publieke ruimte.
Verrassend is dat de auteurs architecturaal activisme als een derde vorm van activisme naar voor schuiven. Architecten, als dienstverleners, volgens immers doorgaans wat hun opdrachtgevers vragen. Toch dragen veel architecten, al dan niet ‘buiten hun uren’, bij aan alternatieve visies op de (stedelijke) samenleving, soms met ‘papieren architectuur’, maar steeds vaker ‘hands on’. Het boek brengt die geschiedenis, in het bijzonder in Brussel, in kaart. De auteurs wijzen wel op onbedoelde gevolgen, zoals gentrificatie. Nog verrassender is de categorie van de activistische architectuur: het gebouw zelf als motor van verandering. Het oeuvre van Lacaton-Vasalle blijkt hier een voorloper, maar ook Brussel kent vele voorbeelden zoals Parckfarm.
Het boek eindigt met een pleidooi voor een stad – in casu Brussel -die bewoners veiligheid biedt in het verkeer. Hier spreekt vooral Boie: hij wijdde er eerder al de tekst Kleine filosofie van de verkeersveiligheid aan in de reeks Zuidzee. Hij fileert genadeloos de dubbele moraal en de lafhartigheid van politici als het gaat over de rechten van actieve weggebruikers. Het boek is zo een must read voor wie belang stelt in activisme in een stedelijke context als Brussel.
THE ACTIVIST CITY / Essays on Political, Urban and Architectural Activism, Lieven Decauter en Gideon Boie, nai 010 Rotterdam, 2026. Engelstalig, 266 p. ISBN 978-94-6208-985-3. Richtprijs: 39,95 €.
Kleine filosofie van de verkeersveiligheid, Gideon Boie, verschenen in de reeks Zuidzee, Public Space, Mechelen 2025. ISBN 978-94-9178-410.