De beeldregistratie van het grondgebied door Google Street View is een ondoorzichtige waarnemingsmachine, die wegens haar prioriteiten stukken van de landkaart blanco laat. Dat was vroeger ook het geval bij stafkaarten op strategische plaatsen, met dit verschil dat ze toen zaken maskeerden via censuur, terwijl ze dat nu doen door verkeerde informatie. Misschien omdat de gegevens niet meer up-to-date zijn? Dit geeft een vals gevoel van continuïteit terwijl de discontinuïteit zich razendsnel uitbreidt. Alle data waarop deze fotokaarten zich baseren, zijn gedateerd, waarschijnlijk door de real-time procedure. Dit creëert een feitelijk anachronisme, dat nog wordt versterkt door variabele updates. Deze aan de manipulatie van algoritmen overgedragen weergave van de wereld is dus een illusionair allegaartje van datasets die slechts gedeeltelijk op elkaar aansluiten of elkaar willekeurig overlappen in een presentatie die geschikt is om een scherm volledig te vullen. In dat opzicht zijn dergelijke weergaven van de wereld een voorbeeld van academische camouflage, die omwille van een globale indruk in lage definitie een nauwkeurige ontcijfering onmogelijk maken en dus weinig bruikbaar zijn.
Dit verschil tussen opeenvolgende beelden en chronologische discrepanties creëert temporele kreuken in de kaarten, verlaten industrieterreinen of braakliggende gronden in het gunstigste geval, zones zonder bruikbare gegevens waar er economische of politieke belangen op het spel staan. Zoals vroeger is optische illusie een machtsinstrument. En aangezien het over een totalitair systeem gaat dat zich niet bekendmaakt en zich verbergt achter verwarring, zijn de vijftien camera’s op de auto’s van Street View gedeeltelijk blind en doof, zoals elk assimilatieproces. Dit vermijdt namelijk het parasitisme door oplevingen van democratie. Als een kunstenaar echter wil werken rond de stedelijke ruimte moet hij niet alleen rekening houden met de mystagogie, het beelddictaat en de verbale rechtvaardiging van diverse pluimage. Het is ook belangrijk dat hij, vooraleer koste wat het kost te creëren, de context begrijpt door verschillende interpretaties met elkaar te confronteren. De machine die de wereld vervalst – we spreken bijna niet meer van schijnbeelden – lijdt niet alleen aan ongewenst urineverlies, maar heeft ook last van black-outs, wat een goede zaak is, en incoherenties in de vorm van lacunes. Waardoor lucht, licht en betekenis gaan.